BWBR0003776
Geldig vanaf 1985-03-15
Artikel 6j
Regeling in- en doorvoer vleesproducten 1985
1. Bij het vervoer op Nederlands grondgebied in het kader van doorvoer van een uit derde landen afkomstige partij producten, die via het grondgebied van een lid-staat naar Nederland is verzonden, naar een derde land, moet de partij producten vergezeld gaan van het document, bedoeld in artikel 6a, en van een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 282/2004/EG, waarin is aangegeven langs welke grensinspectiepost als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel g, van richtlijn 97/78/EGde partij producten de Europese Gemeenschap verlaat.
2. Het vervoer van de in het eerste lid bedoeld "bedoeld" moet zijn "bedoelde"partij producten geschiedt onder douanetoezicht tot op de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten in verzegelde voertuigen of verzegelde containers en zonder splitsing of, tenzij de partij overeenkomstig het derde lid wordt opgeslagen, lossing van de partij.
3. Op de in het eerste lid bedoelde partij producten zijn de artikelen 2.23, 2.23a, 2.23cen 2.23e van de Regeling keuring en handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande opslag in een van de in artikel 2.23agenoemde opslagruimten is toegestaan, mits elders geen opslag heeft plaatsgevonden.
2. Het vervoer van de in het eerste lid bedoeld "bedoeld" moet zijn "bedoelde"partij producten geschiedt onder douanetoezicht tot op de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten in verzegelde voertuigen of verzegelde containers en zonder splitsing of, tenzij de partij overeenkomstig het derde lid wordt opgeslagen, lossing van de partij.
3. Op de in het eerste lid bedoelde partij producten zijn de artikelen 2.23, 2.23a, 2.23cen 2.23e van de Regeling keuring en handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande opslag in een van de in artikel 2.23agenoemde opslagruimten is toegestaan, mits elders geen opslag heeft plaatsgevonden.