BWBR0004045
Geldig vanaf 2006-10-01
Artikel 11
Werkloosheidswet
1. Het UWV wordt als werkgever beschouwd in de gevallen waarin:
a. ziekengeld wordt betaald op grond van de verplichte verzekering krachtens de Ziektewet;
b. uitkering wordt betaald op grond van de verplichte verzekering of hoofdstuk IV van deze wet;
c. uitkering wordt betaald op grond van de verplichte verzekering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
d. uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of de artikelen 4:2b, eerste tot en met zesde lid, of 6:3, eerste tot en met zesde lid, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet;
e. geen ziekengeld wordt betaald op grond van artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet maar wel een toeslag op grond van de Toeslagenwet.
2. Ingeval het UWV de uitkering of toeslag, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies en de inkomensafhankelijk bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 9, 10of 12, teneinde deze uitkering door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van het eerste lid, deze in de plaats van het UWV, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever.
3. Indien een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, aanhef, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringende uitkering, bedoeld in artikel 8, onderdeel a, van de Ziektewetop grond van artikel 63a van de Ziektewetbetaalt of de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van de Ziektewetop grond van artikel 82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogenbetaalt, treedt voor de toepassing van het eerste lid deze eigenrisicodrager als werkgever in de plaats van het UWV, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die eigenrisicodrager.
4. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de door de werkgever verschuldigde premies, bedoeld in het tweede lid, nadere regels worden gesteld.
a. ziekengeld wordt betaald op grond van de verplichte verzekering krachtens de Ziektewet;
b. uitkering wordt betaald op grond van de verplichte verzekering of hoofdstuk IV van deze wet;
c. uitkering wordt betaald op grond van de verplichte verzekering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
d. uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of de artikelen 4:2b, eerste tot en met zesde lid, of 6:3, eerste tot en met zesde lid, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet;
e. geen ziekengeld wordt betaald op grond van artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet maar wel een toeslag op grond van de Toeslagenwet.
2. Ingeval het UWV de uitkering of toeslag, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies en de inkomensafhankelijk bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 9, 10of 12, teneinde deze uitkering door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van het eerste lid, deze in de plaats van het UWV, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever.
3. Indien een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, aanhef, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringende uitkering, bedoeld in artikel 8, onderdeel a, van de Ziektewetop grond van artikel 63a van de Ziektewetbetaalt of de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van de Ziektewetop grond van artikel 82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogenbetaalt, treedt voor de toepassing van het eerste lid deze eigenrisicodrager als werkgever in de plaats van het UWV, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die eigenrisicodrager.
4. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de door de werkgever verschuldigde premies, bedoeld in het tweede lid, nadere regels worden gesteld.