Artikel 5
Wet op de waterhuishouding
2. Het plan geeft aan:
a. de functies van de oppervlaktewateren;
b. het programma van maatregelen en voorzieningen, die met het oog op de ontwikkeling, werking en bescherming van de waterhuishoudkundige systemen of onderdelen daarvan en de bescherming van het milieu nodig zijn, onder vermelding van de termijnen die daarbij worden nagestreefd;
c. de wijze waarop het beheer bij normale en bij afwijkende omstandigheden wordt gevoerd;
d. de financiële middelen, die voor de uitvoering van het programma en het te voeren beheer nodig zijn.
3. Tot de maatregelen en voorzieningen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, behoren mede, gerangschikt naar stroomgebieddistrict:
a. de aanwijzing van oppervlaktewateren of onderdelen daarvan als kunstmatige of sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen, overeenkomstig artikel 4, derde lid, van de kaderrichtlijn water, dan wel als natuurlijk oppervlaktewaterlichaam, en
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn water.
4. Het plan gaat vergezeld van een toelichting.
5. Het plan wordt ten minste eenmaal in de zes jaren herzien. Nieuwe of herziene maatregelen treden uiterlijk drie jaren na de opneming in het plan in werking.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0004575
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl