BWBR0004993
Geldig vanaf 1991-04-01
Artikel 3
Wet assurantiebemiddelingsbedrijf
1. Het is verboden als tussenpersoon op te treden zonder te zijn ingeschreven in het register van tussenpersonen dat door de Raad wordt gehouden.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de curator in het faillissement van een tussenpersoon. De curator doet terstond mededeling aan de Raad van het tijdstip van de aanvaarding en van de beëindiging van zijn functie.
3. De Raad deelt op verzoek mee of een bepaalde persoon in het register is ingeschreven als tussenpersoon, alsmede of deze een feitelijk leider als bedoeld in artikel 4, vierde lid, heeft aangewezen. In dat geval wordt tevens de naam van de feitelijk leider medegedeeld. Voor het verstrekken van informatie uit het register kan de Raad een kostenvergoeding vaststellen.
4. Zo spoedig mogelijk na afloop van elk kalenderjaar doet de Raad mededeling van de namen van de tussenpersonen die op 31 december van dat jaar in het register stonden ingeschreven, door opname van deze gegevens in een door de zorg van de Raad tegen vergoeding van de kosten algemeen verkrijgbaar te stellen lijst. De Raad vermeldt daarbij tenminste het nummer van de inschrijving alsmede aan welke van de in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde vakbekwaamheidseisen de tussenpersoon of de feitelijk leider voldoet. Gelijktijdig doet de Raad mededeling van de in dat jaar doorgehaalde inschrijvingen. Tussentijds kan de Raad mededeling doen van wijzigingen.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de curator in het faillissement van een tussenpersoon. De curator doet terstond mededeling aan de Raad van het tijdstip van de aanvaarding en van de beëindiging van zijn functie.
3. De Raad deelt op verzoek mee of een bepaalde persoon in het register is ingeschreven als tussenpersoon, alsmede of deze een feitelijk leider als bedoeld in artikel 4, vierde lid, heeft aangewezen. In dat geval wordt tevens de naam van de feitelijk leider medegedeeld. Voor het verstrekken van informatie uit het register kan de Raad een kostenvergoeding vaststellen.
4. Zo spoedig mogelijk na afloop van elk kalenderjaar doet de Raad mededeling van de namen van de tussenpersonen die op 31 december van dat jaar in het register stonden ingeschreven, door opname van deze gegevens in een door de zorg van de Raad tegen vergoeding van de kosten algemeen verkrijgbaar te stellen lijst. De Raad vermeldt daarbij tenminste het nummer van de inschrijving alsmede aan welke van de in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde vakbekwaamheidseisen de tussenpersoon of de feitelijk leider voldoet. Gelijktijdig doet de Raad mededeling van de in dat jaar doorgehaalde inschrijvingen. Tussentijds kan de Raad mededeling doen van wijzigingen.