BWBR0005555
Geldig vanaf 2008-12-18
Artikel 10.1
Wet luchtvaart
1. Behoudens titel 2.2 is hoofdstuk 2niet van toepassing op het bedienen van militaire luchtvaartuigen.
2. Militaire luchtvaartuigen worden bediend door cockpitpersoneel, dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen inzake theoretische en praktische bekwaamheid en geestelijke en lichamelijke geschiktheid.
3. Onze Minister van Defensie kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de bij of krachtens het tweede lid gegeven regels, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht. Aan de ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
4. Onze Minister van Defensie trekt de door hem verleende ontheffing in, wanneer
a. de redenen, waarom de ontheffing is verleend, zijn komen te vervallen;
b. de houder van de ontheffing de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet naleeft.
2. Militaire luchtvaartuigen worden bediend door cockpitpersoneel, dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen inzake theoretische en praktische bekwaamheid en geestelijke en lichamelijke geschiktheid.
3. Onze Minister van Defensie kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de bij of krachtens het tweede lid gegeven regels, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht. Aan de ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
4. Onze Minister van Defensie trekt de door hem verleende ontheffing in, wanneer
a. de redenen, waarom de ontheffing is verleend, zijn komen te vervallen;
b. de houder van de ontheffing de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet naleeft.