BWBR0005555
Geldig vanaf 2008-12-18
Artikel 4.4
Wet luchtvaart
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op aanvraag van de houder ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde regels, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan voorts ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde regels met betrekking tot onbemande luchtvaartuigen, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht.
3. Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
4. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu trekt de door hem verleende ontheffing in, wanneer:
a. de redenen, waarom de ontheffing is verleend, zijn komen te vervallen, of
b. de houder van de ontheffing de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet naleeft.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan voorts ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde regels met betrekking tot onbemande luchtvaartuigen, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht.
3. Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
4. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu trekt de door hem verleende ontheffing in, wanneer:
a. de redenen, waarom de ontheffing is verleend, zijn komen te vervallen, of
b. de houder van de ontheffing de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet naleeft.