BWBR0005682
Geldig vanaf 2019-02-01
Artikel 18.96
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
1. Op een student die, voor het studiejaar waarin artikel I, onderdeel BB, van de Wet tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een verbeterde regeling voor diverse onderwerpen op het terrein van het hoger onderwijs en de studiefinanciering (Variawet hoger onderwijs) (Stb. 2021, 263) in werking trad, een vergoeding was verschuldigd voor ondersteuning als bedoeld in artikel 7.57i, zoals dit artikel luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel BB, van voornoemde wet, en onafgebroken gebruik blijft maken van deze ondersteuning, blijft artikel 7.57i zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel BB, van voornoemde wet, van toepassing.
2. Op een student die, voor het studiejaar waarin artikel I, onderdeel W, van de Wet tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een verbeterde regeling voor diverse onderwerpen op het terrein van het hoger onderwijs en de studiefinanciering (Variawet hoger onderwijs) (Stb. 2021, 263) in werking trad, een vergoeding was verschuldigd voor ondersteuning als bedoeld in artikel 7.49b, derde of vijfde lid, zoals deze leden luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel W, van voornoemde wet, en onafgebroken gebruik blijft maken van deze ondersteuning, blijft artikel 7.49b, derde of vijfde lid, zoals deze leden luidden onmiddellijk voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel W, van voornoemde wet, van toepassing.
2. Op een student die, voor het studiejaar waarin artikel I, onderdeel W, van de Wet tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een verbeterde regeling voor diverse onderwerpen op het terrein van het hoger onderwijs en de studiefinanciering (Variawet hoger onderwijs) (Stb. 2021, 263) in werking trad, een vergoeding was verschuldigd voor ondersteuning als bedoeld in artikel 7.49b, derde of vijfde lid, zoals deze leden luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel W, van voornoemde wet, en onafgebroken gebruik blijft maken van deze ondersteuning, blijft artikel 7.49b, derde of vijfde lid, zoals deze leden luidden onmiddellijk voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel W, van voornoemde wet, van toepassing.