BWBR0005682
Geldig vanaf 2019-02-01
Artikel 7.62
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
1. Het college van beroep voor de examens stelt een reglement van orde vast, waarin nadere regels worden gesteld ten aanzien van:
a. de omvang en samenstelling van het college van beroep;
b. indien nodig, de splitsing in kamers, alsmede de verdeling van de werkzaamheden over de verschillende kamers;
c. de zittingstermijn van de leden en eventuele plaatsvervangende leden van het college van beroep;
d. de wijze waarop het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap van het college van beroep eindigt;
e. de in artikel 7.61, derde lid, bedoelde procedure en de gevallen waarin deze procedure achterwege kan worden gelaten;
f. de wijze waarop in het secretariaat van het college van beroep wordt voorzien; en
g. de wijze waarop de voorzitter wordt vervangen.
2. Het reglement van orde alsmede wijzigingen daarvan, behoeven de instemming van het instellingsbestuur.
a. de omvang en samenstelling van het college van beroep;
b. indien nodig, de splitsing in kamers, alsmede de verdeling van de werkzaamheden over de verschillende kamers;
c. de zittingstermijn van de leden en eventuele plaatsvervangende leden van het college van beroep;
d. de wijze waarop het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap van het college van beroep eindigt;
e. de in artikel 7.61, derde lid, bedoelde procedure en de gevallen waarin deze procedure achterwege kan worden gelaten;
f. de wijze waarop in het secretariaat van het college van beroep wordt voorzien; en
g. de wijze waarop de voorzitter wordt vervangen.
2. Het reglement van orde alsmede wijzigingen daarvan, behoeven de instemming van het instellingsbestuur.