BWBR0005775
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 31
Luchtverkeersreglement
1. Behalve voor een gecontroleerde vlucht wordt tevens een vliegplan ingediend voor de aanvang van:
a. elke IFR-vlucht binnen een luchtverkeersdienstverleningsgebied met klasse F of G;
b. elke vlucht in gebieden of langs routes waar Onze Minister dat heeft voorgeschreven met het doel om het verstrekken van vluchtinformatie, de alarmering of de opsporing en redding te vergemakkelijken;
c. elke VFR-vlucht in gebieden of langs routes, waar Onze Minister dat heeft voorgeschreven met het doel coördinatie met betrokken militaire eenheden of met verleners van luchtverkeersdiensten in aangrenzende staten te vergemakkelijken, om zodoende een mogelijke noodzaak tot onderschepping voor identificatie-doeleinden te voorkomen;
d. elke internationale VFR-vlucht.
2. Onze Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.
3. Een vliegplan kan worden ingediend voor een VFR-vlucht, waarvoor geen vliegplan is vereist, indien de gezagvoerder zulks wenst met het doel eventuele opsporing en redding te vergemakkelijken.
4. Onze Minister kan regels geven met betrekking tot:
a. de gegevens die het vliegplan bevat;
b. de wijze van indienen, wijzigen, annuleren en afsluiten van een vliegplan.
a. elke IFR-vlucht binnen een luchtverkeersdienstverleningsgebied met klasse F of G;
b. elke vlucht in gebieden of langs routes waar Onze Minister dat heeft voorgeschreven met het doel om het verstrekken van vluchtinformatie, de alarmering of de opsporing en redding te vergemakkelijken;
c. elke VFR-vlucht in gebieden of langs routes, waar Onze Minister dat heeft voorgeschreven met het doel coördinatie met betrokken militaire eenheden of met verleners van luchtverkeersdiensten in aangrenzende staten te vergemakkelijken, om zodoende een mogelijke noodzaak tot onderschepping voor identificatie-doeleinden te voorkomen;
d. elke internationale VFR-vlucht.
2. Onze Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.
3. Een vliegplan kan worden ingediend voor een VFR-vlucht, waarvoor geen vliegplan is vereist, indien de gezagvoerder zulks wenst met het doel eventuele opsporing en redding te vergemakkelijken.
4. Onze Minister kan regels geven met betrekking tot:
a. de gegevens die het vliegplan bevat;
b. de wijze van indienen, wijzigen, annuleren en afsluiten van een vliegplan.