BWBR0005829
Geldig vanaf 2005-10-08
Artikel 3.3
Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer
1. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd, in overeenstemming met Onze Minister, te beslissen op de aanvraag om een vergunning ten aanzien van inrichtingen die behoren tot een categorie die in bijlage I is aangewezen en die zijn of zullen zijn gelegen op of in de territoriale zee op een plaats die niet deel uitmaakt van een gemeente of provincie.
2. In afwijking van het eerste lid, is Onze Minister van Economische Zaken bevoegd te beslissen op een aanvraag om een vergunning voor een inrichting die een krachtens artikel 1, onder n, van de Mijnbouwwetaangewezen mijnbouwwerk is, voor zover het niet betreft de ondergrondse gelegen inrichting voor het opslaan van afvalstoffen die van buiten het betrokken mijnbouwwerk afkomstig zijn, dan wel gevaarlijke stoffen.
2. In afwijking van het eerste lid, is Onze Minister van Economische Zaken bevoegd te beslissen op een aanvraag om een vergunning voor een inrichting die een krachtens artikel 1, onder n, van de Mijnbouwwetaangewezen mijnbouwwerk is, voor zover het niet betreft de ondergrondse gelegen inrichting voor het opslaan van afvalstoffen die van buiten het betrokken mijnbouwwerk afkomstig zijn, dan wel gevaarlijke stoffen.