BWBR0005829
Geldig vanaf 2005-10-08
Artikel 8.2
Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer
1. Het bevoegd gezag zendt in een geval als bedoeld in de artikelen 5.15en 5.17met het oog op de voorbereiding van de bestrijding van rampen en zware ongevallen de daar bedoelde onderdelen van het veiligheidsrapport en, indien tijdens de behandeling van de aanvraag een aanvulling op het veiligheidsrapport is ontvangen, deze aanvulling aan:
a. de burgemeester van de gemeenten waarvan het grondgebied is gelegen binnen de lijn van 10-8 van het plaatsgebonden risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, van het Besluit risico's zware ongevallen 1999;
b. de commissaris van de Koningin in de provincie waarin een gemeente is gelegen waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk zal zijn of is gelegen;
c. de commissaris van de Koningin in de provincie waarin een gemeente als bedoeld onder a is gelegen;
d. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied een gemeente als bedoeld onder a of c is gelegen.
2. Het bevoegd gezag zendt een exemplaar van de stukken, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister.
3. Onze Minister zendt een exemplaar van de stukken, bedoeld in het eerste lid, indien de lijn van 10 -8van het plaatsgebonden risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, van het Besluit risico's zware ongevallen 1999zich uitstrekt over het grondgebied van een andere staat, aan die staat. In dat geval zendt hij tevens een exemplaar aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In afwijking van de eerste volzin zendt Onze Minister, indien krachtens artikel 19.3 van de weteen tweede tekst is overgelegd, een exemplaar van deze tekst aan de betrokken staat.
a. de burgemeester van de gemeenten waarvan het grondgebied is gelegen binnen de lijn van 10-8 van het plaatsgebonden risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, van het Besluit risico's zware ongevallen 1999;
b. de commissaris van de Koningin in de provincie waarin een gemeente is gelegen waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk zal zijn of is gelegen;
c. de commissaris van de Koningin in de provincie waarin een gemeente als bedoeld onder a is gelegen;
d. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied een gemeente als bedoeld onder a of c is gelegen.
2. Het bevoegd gezag zendt een exemplaar van de stukken, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister.
3. Onze Minister zendt een exemplaar van de stukken, bedoeld in het eerste lid, indien de lijn van 10 -8van het plaatsgebonden risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, van het Besluit risico's zware ongevallen 1999zich uitstrekt over het grondgebied van een andere staat, aan die staat. In dat geval zendt hij tevens een exemplaar aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In afwijking van de eerste volzin zendt Onze Minister, indien krachtens artikel 19.3 van de weteen tweede tekst is overgelegd, een exemplaar van deze tekst aan de betrokken staat.