BWBR0005893
Geldig vanaf 1993-07-01
Artikel 15
Huisvestingsbesluit
1. Onze Minister kan afwijking van de regels van hoofdstuk 2 toestaan ten behoeve van experimenten die naar zijn oordeel in het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van de woonruimte zijn.
2. Voorts kan Onze Minister afwijking van de regels van hoofdstuk 3 toestaan ten behoeve van experimenten die naar zijn oordeel in het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad of in het belang van het voorkomen van belemmeringen van de stadsvernieuwing zijn.
3. Het eerste en tweede lid vinden slechts toepassing, nadat een door Onze Minister aangewezen instantie hem over het betrokken experiment heeft geadviseerd.
4. Onze Minister kan besluiten dat een afwijking als bedoeld in het eerste of tweede lid van kracht blijft zolang een door hem op basis van het experiment noodzakelijk geoordeelde wijziging van het besluit nog niet van kracht is geworden en in werking is getreden.
2. Voorts kan Onze Minister afwijking van de regels van hoofdstuk 3 toestaan ten behoeve van experimenten die naar zijn oordeel in het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad of in het belang van het voorkomen van belemmeringen van de stadsvernieuwing zijn.
3. Het eerste en tweede lid vinden slechts toepassing, nadat een door Onze Minister aangewezen instantie hem over het betrokken experiment heeft geadviseerd.
4. Onze Minister kan besluiten dat een afwijking als bedoeld in het eerste of tweede lid van kracht blijft zolang een door hem op basis van het experiment noodzakelijk geoordeelde wijziging van het besluit nog niet van kracht is geworden en in werking is getreden.