BWBR0005893
Geldig vanaf 1993-07-01
Artikel 9
Huisvestingsbesluit
Voor zover de verordening bepaalt dat bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 11, eerste lid, of artikel 12, eerste lid, van de wet, voorziet de verordening erin dat de desbetreffende bepalingen buiten toepassing blijven, indien een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd:
a. door degene die ingevolge artikel 266, eerste lid, of 267, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek medehuurder van de betrokken woonruimte was, indien deze de huurovereenkomst voortzet krachtens artikel 266, derde lid, 267, zesde lid, of 268, eerste lid, van Boek 7 van dat wetboek;
b. met het oog op een voorgenomen ruil van woonruimte;
c. door personeel als bedoeld in artikel 6, onder b.
a. door degene die ingevolge artikel 266, eerste lid, of 267, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek medehuurder van de betrokken woonruimte was, indien deze de huurovereenkomst voortzet krachtens artikel 266, derde lid, 267, zesde lid, of 268, eerste lid, van Boek 7 van dat wetboek;
b. met het oog op een voorgenomen ruil van woonruimte;
c. door personeel als bedoeld in artikel 6, onder b.