BWBR0006039
Geldig vanaf 1993-07-14
Artikel 3
Verplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie
1. De ambtenaar die in verband met een verplaatsing of indiensttreding in opdracht van het bevoegde gezag is verhuisd en een woning in de standplaats heeft betrokken, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend.
2. De ambtenaar die in verband met een verplaatsing of indiensttreding in opdracht van het bevoegde gezag is verhuisd en een woning buiten de standplaats heeft betrokken, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend, indien het bevoegde gezag vooraf heeft vastgesteld dat met de verhuizing aan de opdracht om naar de nabijheid van de standplaats te verhuizen wordt voldaan.
3. De ambtenaar die, zonder dat daartoe opdracht is verleend door het bevoegde gezag, in verband met een verplaatsing is verhuisd, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend, indien hij zich binnen een afstand van 25 kilometer van de standplaats heeft gevestigd en de afstand tussen de oude woning en de plaats van tewerkstelling ten minste 50 kilometer bedroeg.
4. Onverminderd het derde lid wordt aan de ambtenaar die, zonder dat daartoe opdracht is verleend door het bevoegde gezag, is verhuisd een tegemoetkoming in verhuiskosten verleend indien hij zich met de verhuizing binnen een afstand van 10 kilometer van zijn plaats van tewerkstelling heeft gevestigd.
5. De ambtenaar die in verband met een indiensttreding is verhuisd en aan wie binnen twee jaar na de verhuizing ontslag op aanvraag wordt verleend of die ten gevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen twee jaren na de verhuizing wordt ontslagen, dient de hem op grond van het eerste of tweede lid toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten terug te betalen. Overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als een ontslag op aanvraag beschouwd, tenzij de ambtenaar als gevolg van die overgang opnieuw moet verhuizen met aanspraak op tegemoetkoming in verhuiskosten.
6. De ambtenaar aan wie in verband met een verhuizing op grond van het vierde lid een tegemoetkoming in verhuiskosten is toegekend, dient deze tegemoetkoming terug te betalen indien hem binnen drie jaren na de verhuizing ontslag op aanvraag wordt verleend of indien hij tengevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen drie jaren na de verhuizing wordt ontslagen dan wel indien hij, anders dan in opdracht van het bevoegde gezag, binnen drie jaren na de verhuizing wederom verhuist en zich daardoor op een afstand van 10 kilometer of meer van de plaats van tewerkstelling vestigt. Overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als een ontslag op aanvraag beschouwd, tenzij de ambtenaar als gevolg van die overgang moet verhuizen met aanspraak op een tegemoetkoming in verhuiskosten.
7. De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de ambtenaar die in verband met een indiensttreding dient te verhuizen slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het vijfde lid hem bekend is.
8. De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de ambtenaar, bedoeld in het vierde lid, slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het zesde lid hem bekend is.
9. Het vijfde en zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar, bedoeld in het derde lid.
2. De ambtenaar die in verband met een verplaatsing of indiensttreding in opdracht van het bevoegde gezag is verhuisd en een woning buiten de standplaats heeft betrokken, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend, indien het bevoegde gezag vooraf heeft vastgesteld dat met de verhuizing aan de opdracht om naar de nabijheid van de standplaats te verhuizen wordt voldaan.
3. De ambtenaar die, zonder dat daartoe opdracht is verleend door het bevoegde gezag, in verband met een verplaatsing is verhuisd, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend, indien hij zich binnen een afstand van 25 kilometer van de standplaats heeft gevestigd en de afstand tussen de oude woning en de plaats van tewerkstelling ten minste 50 kilometer bedroeg.
4. Onverminderd het derde lid wordt aan de ambtenaar die, zonder dat daartoe opdracht is verleend door het bevoegde gezag, is verhuisd een tegemoetkoming in verhuiskosten verleend indien hij zich met de verhuizing binnen een afstand van 10 kilometer van zijn plaats van tewerkstelling heeft gevestigd.
5. De ambtenaar die in verband met een indiensttreding is verhuisd en aan wie binnen twee jaar na de verhuizing ontslag op aanvraag wordt verleend of die ten gevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen twee jaren na de verhuizing wordt ontslagen, dient de hem op grond van het eerste of tweede lid toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten terug te betalen. Overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als een ontslag op aanvraag beschouwd, tenzij de ambtenaar als gevolg van die overgang opnieuw moet verhuizen met aanspraak op tegemoetkoming in verhuiskosten.
6. De ambtenaar aan wie in verband met een verhuizing op grond van het vierde lid een tegemoetkoming in verhuiskosten is toegekend, dient deze tegemoetkoming terug te betalen indien hem binnen drie jaren na de verhuizing ontslag op aanvraag wordt verleend of indien hij tengevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen drie jaren na de verhuizing wordt ontslagen dan wel indien hij, anders dan in opdracht van het bevoegde gezag, binnen drie jaren na de verhuizing wederom verhuist en zich daardoor op een afstand van 10 kilometer of meer van de plaats van tewerkstelling vestigt. Overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als een ontslag op aanvraag beschouwd, tenzij de ambtenaar als gevolg van die overgang moet verhuizen met aanspraak op een tegemoetkoming in verhuiskosten.
7. De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de ambtenaar die in verband met een indiensttreding dient te verhuizen slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het vijfde lid hem bekend is.
8. De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de ambtenaar, bedoeld in het vierde lid, slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het zesde lid hem bekend is.
9. Het vijfde en zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar, bedoeld in het derde lid.