BWBR0006147
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 4
Tracéwet
1. De structuurvisie, bedoeld in artikel 2, vierde lid, bevat:
a. de resultaten van de uitgevoerde verkenning;
b. een verantwoording over de wijze waarop burgers, maatschappelijke organisaties, betrokken bestuursorganen en, voor zover van toepassing, de beheerder van de landelijke spoorweg zijn betrokken bij de verkenning en de resultaten daarvan;
c. de voorkeur van Onze Minister voor de oplossing van het in artikel 2, eerste lid, bedoelde probleem en de motivering van die voorkeur.
2. In de structuurvisie kan worden aangegeven dat vanwege de samenhang met andere te verwezenlijken ruimtelijke ontwikkelingen voor de verdere besluitvorming over de activiteit, bedoeld in artikel 8, toepassing wordt gegeven aan afdeling 3.1of 3.5 van de Wet ruimtelijke ordeningen hoofdstuk IIIdientengevolge buiten toepassing blijft.
3. Artikel 2.3, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordeningis niet van toepassing.
a. de resultaten van de uitgevoerde verkenning;
b. een verantwoording over de wijze waarop burgers, maatschappelijke organisaties, betrokken bestuursorganen en, voor zover van toepassing, de beheerder van de landelijke spoorweg zijn betrokken bij de verkenning en de resultaten daarvan;
c. de voorkeur van Onze Minister voor de oplossing van het in artikel 2, eerste lid, bedoelde probleem en de motivering van die voorkeur.
2. In de structuurvisie kan worden aangegeven dat vanwege de samenhang met andere te verwezenlijken ruimtelijke ontwikkelingen voor de verdere besluitvorming over de activiteit, bedoeld in artikel 8, toepassing wordt gegeven aan afdeling 3.1of 3.5 van de Wet ruimtelijke ordeningen hoofdstuk IIIdientengevolge buiten toepassing blijft.
3. Artikel 2.3, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordeningis niet van toepassing.