BWBR0006317
Geldig vanaf 1994-01-19
Artikel 10
Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's
1. Indien de door aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding betrekking heeft op vakgebieden die wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in Nederland voor de toelating tot het betreffende beroep bij of krachtens wet vereiste opleiding, kan de bevoegde autoriteit van aanvrager verlangen dat hij een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaren volgt dan wel een proeve van bekwaamheid aflegt. Indien de bevoegde autoriteit van aanvrager verlangt een aanpassingsstage te doorlopen of een proeve van bekwaamheid af te leggen, gaat de bevoegde autoriteit eerst na of de kennis die aanvrager tijdens zijn beroepservaring heeft verworven, van dien aard is dat het wezenlijke verschil, bedoeld in de eerste volzin, daardoor geheel of ten dele wordt ondervangen.
2. Onder een aanpassingsstage wordt verstaan de uitoefening in Nederland van een beroep onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beoefenaar van het betrokken beroep, met in voorkomende gevallen een aanvullende opleiding, teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep uit te oefenen.
3. Onder een proeve van bekwaamheid wordt verstaan een toets inzake de beroepskennis van aanvrager met betrekking tot vakgebieden die niet worden bestreken door de door aanvrager gevolgde opleiding en die wezenlijk zijn voor de uitoefening van het beroep in Nederland, teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep uit te oefenen.
4. Aanvrager wordt de keuze gelaten of hij een aanpassingsstage doorloopt dan wel een proeve van bekwaamheid aflegt.
5. Indien voor het uitoefenen van het beroep waarvoor een EG-verklaring wordt gevraagd, precieze kennis van onderdelen van het Nederlands recht is vereist en het verstrekken van adviezen of het verlenen van bijstand op het gebied van het Nederlands recht een wezenlijk en vast onderdeel van de uitoefening van het beroep vormt, wordt in afwijking van het vierde lid het afleggen van een proeve van bekwaamheid met betrekking tot die kennis als aanvullend vereiste gesteld.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere dan de in het vijfde lid bedoelde beroepen worden aangewezen waarvoor de bevoegde autoriteit een uitzondering kan maken op het in het vierde lid bedoelde keuzerecht van de aanvrager.
2. Onder een aanpassingsstage wordt verstaan de uitoefening in Nederland van een beroep onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beoefenaar van het betrokken beroep, met in voorkomende gevallen een aanvullende opleiding, teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep uit te oefenen.
3. Onder een proeve van bekwaamheid wordt verstaan een toets inzake de beroepskennis van aanvrager met betrekking tot vakgebieden die niet worden bestreken door de door aanvrager gevolgde opleiding en die wezenlijk zijn voor de uitoefening van het beroep in Nederland, teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep uit te oefenen.
4. Aanvrager wordt de keuze gelaten of hij een aanpassingsstage doorloopt dan wel een proeve van bekwaamheid aflegt.
5. Indien voor het uitoefenen van het beroep waarvoor een EG-verklaring wordt gevraagd, precieze kennis van onderdelen van het Nederlands recht is vereist en het verstrekken van adviezen of het verlenen van bijstand op het gebied van het Nederlands recht een wezenlijk en vast onderdeel van de uitoefening van het beroep vormt, wordt in afwijking van het vierde lid het afleggen van een proeve van bekwaamheid met betrekking tot die kennis als aanvullend vereiste gesteld.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere dan de in het vijfde lid bedoelde beroepen worden aangewezen waarvoor de bevoegde autoriteit een uitzondering kan maken op het in het vierde lid bedoelde keuzerecht van de aanvrager.