BWBR0006331
Geldig vanaf 2006-02-02
Artikel 4
Wet melding ongebruikelijke transacties
1. Bij het meldpunt ongebruikelijke transacties kunnen persoonsgegevens worden verwerkt ten behoeve van de voorkoming en opsporing van de in artikel 3, onderdeel a, bedoelde misdrijven.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de categorieën van personen waarover het meldpunt gegevens verwerkt alsmede de soorten gegevens die het verwerkt, het coderen van gegevens door deze te voorzien van een indicatie over betrouwbaarheid, de gegevensverstrekking, de bewaring en vernietiging van gegevens en de protocolplicht.
3. Op de verwerking van persoonsgegevens door het meldpunt ongebruikelijke transacties zijn de artikelen 1, 2, 3, eerste en tweede lid, 4, 6, 7, 22en 23alsmede de artikelen 25 tot en met 31 van de Wet politiegegevensvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het meldpunt als verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel g, wordt aangemerkt Onze Minister van Justitie.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de categorieën van personen waarover het meldpunt gegevens verwerkt alsmede de soorten gegevens die het verwerkt, het coderen van gegevens door deze te voorzien van een indicatie over betrouwbaarheid, de gegevensverstrekking, de bewaring en vernietiging van gegevens en de protocolplicht.
3. Op de verwerking van persoonsgegevens door het meldpunt ongebruikelijke transacties zijn de artikelen 1, 2, 3, eerste en tweede lid, 4, 6, 7, 22en 23alsmede de artikelen 25 tot en met 31 van de Wet politiegegevensvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het meldpunt als verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel g, wordt aangemerkt Onze Minister van Justitie.