BWBR0006516
Geldig vanaf 2022-09-01
Artikel 13a
Besluit algemene rechtspositie politie
1. Tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet en onverminderd artikel 30e, tweede lid, wordt op aanvraag van de ambtenaar
a. van 55 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 11,1% verminderd;
b. van 58 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 33,3% verminderd.
2. Tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet, wordt op aanvraag van de ambtenaar de gemiddelde arbeidstijd per week voor een lager percentage verminderd dan genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat het aantal uren waarmee de arbeidstijd wordt verminderd ten minste 2 uren per week bedraagt.
3. De ingevolge het eerste en tweede lid verminderde arbeidstijd wordt rekenkundig afgerond.
4. De uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, worden aangemerkt als verlof.
5. Over de uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, wordt 50% ingehouden van het door de ambtenaar over die uren genoten salaris.
6. Bij regeling van Onze Minister worden omtrent de verrekening van extra inkomsten uit arbeid of bedrijf met het salaris van de in het eerste en tweede lid bedoelde ambtenaar regels vastgesteld.
7. Het vijfde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten door beroepsgerelateerde gezondheidsklachten.
8. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan niet verzoeken om vermeerdering van de arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van de Wet flexibel werken.
9. Een vermindering van de arbeidsduur als bedoeld in het eerste lid kan, behoudens onvoorziene omstandigheden, niet eerder ingaan dan een jaar na toekenning van een verzoek om vermeerdering van de arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van de Wet flexibel werken.
10. Dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.
a. van 55 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 11,1% verminderd;
b. van 58 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 33,3% verminderd.
2. Tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet, wordt op aanvraag van de ambtenaar de gemiddelde arbeidstijd per week voor een lager percentage verminderd dan genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat het aantal uren waarmee de arbeidstijd wordt verminderd ten minste 2 uren per week bedraagt.
3. De ingevolge het eerste en tweede lid verminderde arbeidstijd wordt rekenkundig afgerond.
4. De uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, worden aangemerkt als verlof.
5. Over de uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, wordt 50% ingehouden van het door de ambtenaar over die uren genoten salaris.
6. Bij regeling van Onze Minister worden omtrent de verrekening van extra inkomsten uit arbeid of bedrijf met het salaris van de in het eerste en tweede lid bedoelde ambtenaar regels vastgesteld.
7. Het vijfde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten door beroepsgerelateerde gezondheidsklachten.
8. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan niet verzoeken om vermeerdering van de arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van de Wet flexibel werken.
9. Een vermindering van de arbeidsduur als bedoeld in het eerste lid kan, behoudens onvoorziene omstandigheden, niet eerder ingaan dan een jaar na toekenning van een verzoek om vermeerdering van de arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van de Wet flexibel werken.
10. Dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.