BWBR0006516
Geldig vanaf 2022-09-01
Artikel 53a
Besluit algemene rechtspositie politie
1. De ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar die gezondheidsklachten heeft met het vermoeden dat deze beroepsgerelateerd zijn, meldt deze, indien zij leiden tot verzuim of schade, zo spoedig mogelijk aan het bevoegd gezag.
2. De melding, bedoeld in het eerste lid, geeft, onverminderd artikel 53b, vierde lid, rechtstreeks aanspraak op vergoeding van de in artikel 53b genoemde schadeposten.
3. Het bevoegd gezag stelt op basis van de melding, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk vast dat in enige mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, tenzij het bevoegd gezag gemotiveerd besluit dat dit niet het geval is.
4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op aspiranten en vrijwilliger-aspiranten bij wie de gezondheidsklachten in overwegende mate voortkomen uit ongeschiktheid voor de dienst als bedoeld in artikel 89, vierde lid, onder a of e, van het Barp. Hierover wordt binnen drie maanden na de melding, bedoeld in het eerste lid, besloten. Indien van ongeschiktheid voor de dienst sprake is, is er geen aanspraak op vergoeding van de schadeposten, genoemd in deze paragraaf.
5. De ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar behoudt in het geval in enige mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk 10 van het Besluit bezoldiging politie, aanspraak op vergoeding van de in artikel 53b genoemde schadeposten.
6. De aanspraak op vergoeding als bedoeld in het tweede lid eindigt na het besluit dat geen sprake is van beroepsgerelateerdheid van de gezondheidsklachten ingevolge het derde lid.
7. De aanspraak op vergoeding als bedoeld in het vijfde lid eindigt na:
a. het besluit dat geen sprake meer is van beroepsgerelateerdheid van de gezondheidsklachten ingevolge in artikel 53d, eerste lid;
b. een besluit op grond van artikel 53g, vierde lid.
2. De melding, bedoeld in het eerste lid, geeft, onverminderd artikel 53b, vierde lid, rechtstreeks aanspraak op vergoeding van de in artikel 53b genoemde schadeposten.
3. Het bevoegd gezag stelt op basis van de melding, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk vast dat in enige mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, tenzij het bevoegd gezag gemotiveerd besluit dat dit niet het geval is.
4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op aspiranten en vrijwilliger-aspiranten bij wie de gezondheidsklachten in overwegende mate voortkomen uit ongeschiktheid voor de dienst als bedoeld in artikel 89, vierde lid, onder a of e, van het Barp. Hierover wordt binnen drie maanden na de melding, bedoeld in het eerste lid, besloten. Indien van ongeschiktheid voor de dienst sprake is, is er geen aanspraak op vergoeding van de schadeposten, genoemd in deze paragraaf.
5. De ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar behoudt in het geval in enige mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk 10 van het Besluit bezoldiging politie, aanspraak op vergoeding van de in artikel 53b genoemde schadeposten.
6. De aanspraak op vergoeding als bedoeld in het tweede lid eindigt na het besluit dat geen sprake is van beroepsgerelateerdheid van de gezondheidsklachten ingevolge het derde lid.
7. De aanspraak op vergoeding als bedoeld in het vijfde lid eindigt na:
a. het besluit dat geen sprake meer is van beroepsgerelateerdheid van de gezondheidsklachten ingevolge in artikel 53d, eerste lid;
b. een besluit op grond van artikel 53g, vierde lid.