BWBR0006758
Geldig vanaf 08-03-1995
Artikel 4
Verordening op de fraudemelding
1. In het collegiaal overleg als bedoeld in artikel 31 GBR-1994 maakt de openbaar accountant onder de plicht tot geheimhouding de reden bekend van het beëindigen van de opdracht.
2. Ingeval de opdracht op grond van artikel 2, derde lid, of artikel 3, tweede lid, is beëindigd, deelt de openbaar accountant de kennisgeving als bedoeld in artikel 3, zo deze is gedaan, aan zijn eventuele opvolger mee.
3. Een ander openbaar accountant mag de opdracht tot controle van de financiële verantwoording slechts aanvaarden indien de gevolgen van fraude voor zover mogelijk ongedaan zijn gemaakt, deze gevolgen op toereikende wijze in de financiële verantwoording zijn verwerkt en toereikende maatregelen zijn genomen om herhaling te voorkomen.
2. Ingeval de opdracht op grond van artikel 2, derde lid, of artikel 3, tweede lid, is beëindigd, deelt de openbaar accountant de kennisgeving als bedoeld in artikel 3, zo deze is gedaan, aan zijn eventuele opvolger mee.
3. Een ander openbaar accountant mag de opdracht tot controle van de financiële verantwoording slechts aanvaarden indien de gevolgen van fraude voor zover mogelijk ongedaan zijn gemaakt, deze gevolgen op toereikende wijze in de financiële verantwoording zijn verwerkt en toereikende maatregelen zijn genomen om herhaling te voorkomen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006758
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl