BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 3.15
Regeling handel levende dieren en levende producten
1. Een handelaar wordt door de minister slechts erkend indien: -voldaan wordt aan artikel 13, eerste lid, onderdelen a, en b, van richtlijn 64/432/EEGen voor zover van toepassing aan artikel 13, eerste lid, onderdeel c van richtlijn 64/432/EEG; -voor zover van toepassing, zijn bedrijfsruimte voldoet aan het bepaalde in het tweede lid.
2. Elke bedrijfsruimte die door een handelaar beroepshalve wordt gebruikt, staat onder toezicht van de ambtenaren en wordt door de minister slechts erkend en geregistreerd in een register indien voldaan wordt aan de in de artikelen 21, eerste lid, 23en 43 tot en met 46 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’smet betrekking tot voor verzamelplaatsen voor runderen gestelde eisen, met dien verstande dat in afwijking van onderdeel 2 van bijlage 1bij deze regeling de bedrijfsruimte deel kan uitmaken van een bedrijf waar runderen en pluimvee zijn gehuisvest, doch waarbij de voor handelsdoeleinden bestemde beslagen in een epidemiologische eenheid gescheiden worden gehouden van de door de handelaar op zijn bedrijf gehouden niet voor handelsdoeleinden bestemde beslagen, zodanig dat geen enkel contact tussen deze beslagen mogelijk is.
2. Elke bedrijfsruimte die door een handelaar beroepshalve wordt gebruikt, staat onder toezicht van de ambtenaren en wordt door de minister slechts erkend en geregistreerd in een register indien voldaan wordt aan de in de artikelen 21, eerste lid, 23en 43 tot en met 46 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’smet betrekking tot voor verzamelplaatsen voor runderen gestelde eisen, met dien verstande dat in afwijking van onderdeel 2 van bijlage 1bij deze regeling de bedrijfsruimte deel kan uitmaken van een bedrijf waar runderen en pluimvee zijn gehuisvest, doch waarbij de voor handelsdoeleinden bestemde beslagen in een epidemiologische eenheid gescheiden worden gehouden van de door de handelaar op zijn bedrijf gehouden niet voor handelsdoeleinden bestemde beslagen, zodanig dat geen enkel contact tussen deze beslagen mogelijk is.