BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 9.5
Regeling handel levende dieren en levende producten
1. Indien een partij die is verzonden vanuit een lid-staat en bestemd is voor Nederland of een lid-staat, gaat zij vergezeld van:
a. het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 6, eerste lid, van richtlijn 88/407/EEG is voorgeschreven, indien het rundersperma betreft, met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van richtlijn nr. 2003/43/EG;
b. het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 6, eerste lid, van richtlijn 90/429/EEG is voorgeschreven, indien het varkenssperma betreft, of
c. het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 11, tweede lid, vierde gedachtenstreepje, van richtlijn 92/65/EEG is voorgeschreven indien het sperma van schapen, geiten en paardachtigen betreft.
2. De partij voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk A, afdeling A, onderdeel 4.2, van verordening (EG) nr. 999/2001, indien het sperma van schapen of geiten betreft.
a. het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 6, eerste lid, van richtlijn 88/407/EEG is voorgeschreven, indien het rundersperma betreft, met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van richtlijn nr. 2003/43/EG;
b. het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 6, eerste lid, van richtlijn 90/429/EEG is voorgeschreven, indien het varkenssperma betreft, of
c. het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 11, tweede lid, vierde gedachtenstreepje, van richtlijn 92/65/EEG is voorgeschreven indien het sperma van schapen, geiten en paardachtigen betreft.
2. De partij voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk A, afdeling A, onderdeel 4.2, van verordening (EG) nr. 999/2001, indien het sperma van schapen of geiten betreft.