BWBR0007091
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 8a
Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten
1. Indien de aanvraag wordt ingediend door een natuurlijke persoon, dient bij de aanvraag een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen van de aanvrager te worden overgelegd, met dien verstande dat geen afschrift als bedoeld in artikel 1behoeft te worden overgelegd.
2. Indien de aanvraag wordt ingediend namens een natuurlijke persoon door een door deze gemachtigde, dienen bij de aanvraag de volgende documenten te worden overgelegd:
a. een van de in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde legitimatiebewijzen van de aanvrager, of een kopie daarvan, met dien verstande dat geen afschrift als bedoeld in artikel 1 behoeft te worden overgelegd,
b. een van de in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde legitimatiebewijzen van de gemachtigde, met dien verstande dat geen afschrift als bedoeld in artikel 1 behoeft te worden overgelegd, en
c. een voor de aanvraag bestemd machtigingsformulier.
2. Indien de aanvraag wordt ingediend namens een natuurlijke persoon door een door deze gemachtigde, dienen bij de aanvraag de volgende documenten te worden overgelegd:
a. een van de in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde legitimatiebewijzen van de aanvrager, of een kopie daarvan, met dien verstande dat geen afschrift als bedoeld in artikel 1 behoeft te worden overgelegd,
b. een van de in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde legitimatiebewijzen van de gemachtigde, met dien verstande dat geen afschrift als bedoeld in artikel 1 behoeft te worden overgelegd, en
c. een voor de aanvraag bestemd machtigingsformulier.