BWBR0007091
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 9 a
Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten
Bij de verkrijging van kentekenplaten door een natuurlijk persoon worden overgelegd:
a. een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen ten name van die natuurlijk persoon of, indien de kentekenplaten namens hem in ontvangst worden genomen, ten name van de gemachtigde, met dien verstande dat geen afschrift als bedoeld in artikel 1, tweede lid hoeft te worden overgelegd, en
b. de kentekencard, het deel IA of het deel I van het kentekenbewijs, afgegeven voor het kenteken dat op de kentekenplaten is vermeld.
a. een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen ten name van die natuurlijk persoon of, indien de kentekenplaten namens hem in ontvangst worden genomen, ten name van de gemachtigde, met dien verstande dat geen afschrift als bedoeld in artikel 1, tweede lid hoeft te worden overgelegd, en
b. de kentekencard, het deel IA of het deel I van het kentekenbewijs, afgegeven voor het kenteken dat op de kentekenplaten is vermeld.