BWBR0007117
Geldig vanaf 10-03-1995
Artikel 10
Gedrags- en Beroepsregels Accountants-Administratieconsulenten
1. De Accountant-Administratieconsulent houdt geheim al hetgeen hem in de uitoefening van zijn beroep als geheim is toevertrouwd of wat daarbij als een vertrouwelijke aangelegenheid te zijner kennis is gekomen, voor zover bij of krachtens de wet niet anders wordt vereist.
2. De Accountant-Administratieconsulent maakt van vertrouwelijke gegevens die In de uitoefening van zijn beroep te zijner kennis zijn gekomen, niet verder of anders gebruik, en aan die gegevens geeft hij niet verder of anders bekendheid, dan voor de vervulling van zijn taak of bij of krachtens de wet wordt vereist.
3. Indien degene wiens aangelegenheid het betreft de Accountant-Administratieconsulent heeft ontslagen van zijn plicht tot geheimhouding, is deze gehouden de belangen van alle betrokkenen en van de stand der Accountants-Administratieconsulenten zorgvuldig af te wegen alvorens tot bekendmaking over te gaan.
4. De Accountant-Administratieconsulent handelt niet in strijd met de plicht tot geheimhouding als geregeld in het eerste en tweede lid, wanneer hij bij het centraal meldpunt als bedoeld in de Verordening op de fraudemelding de opzegging van een controle-opdracht wegens een reden als bedoeld in artikel 2. derde lid, of artikel 3, tweede lid, van genoemde verordening meldt in het geval dat voornoemde verordening niet de plicht daartoe oplegt.
5. Indien een voor de vervulling van de taak vereiste mededeling slechts kan worden gedaan door openbaarmaking ervan, en degene wiens aangelegenheden het betreft daaraan niet meewerkt is de Accountant-Administratieconsulent gehouden ten aanzien van de wijze van openbaarmaking de belangen van alle betrokkenen en van de stand der Accountants-Administratieconsulenten in het oog te houden.
6. De bepalingen van dit artikel blijven voor de Accountant-Administratieconsulent gelden nadat hij is opgehouden op te treden als accountant.
2. De Accountant-Administratieconsulent maakt van vertrouwelijke gegevens die In de uitoefening van zijn beroep te zijner kennis zijn gekomen, niet verder of anders gebruik, en aan die gegevens geeft hij niet verder of anders bekendheid, dan voor de vervulling van zijn taak of bij of krachtens de wet wordt vereist.
3. Indien degene wiens aangelegenheid het betreft de Accountant-Administratieconsulent heeft ontslagen van zijn plicht tot geheimhouding, is deze gehouden de belangen van alle betrokkenen en van de stand der Accountants-Administratieconsulenten zorgvuldig af te wegen alvorens tot bekendmaking over te gaan.
4. De Accountant-Administratieconsulent handelt niet in strijd met de plicht tot geheimhouding als geregeld in het eerste en tweede lid, wanneer hij bij het centraal meldpunt als bedoeld in de Verordening op de fraudemelding de opzegging van een controle-opdracht wegens een reden als bedoeld in artikel 2. derde lid, of artikel 3, tweede lid, van genoemde verordening meldt in het geval dat voornoemde verordening niet de plicht daartoe oplegt.
5. Indien een voor de vervulling van de taak vereiste mededeling slechts kan worden gedaan door openbaarmaking ervan, en degene wiens aangelegenheden het betreft daaraan niet meewerkt is de Accountant-Administratieconsulent gehouden ten aanzien van de wijze van openbaarmaking de belangen van alle betrokkenen en van de stand der Accountants-Administratieconsulenten in het oog te houden.
6. De bepalingen van dit artikel blijven voor de Accountant-Administratieconsulent gelden nadat hij is opgehouden op te treden als accountant.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007117
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl