BWBR0007428
Geldig vanaf 06-06-1995
Artikel 72
Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
1. De Voorzitter plaatst een voorstel op de agenda van de Kamer nadat de schriftelijke voorbereiding hetzij door het uitbrengen van een eindverslag, hetzij door de ontvangst van een nota naar aanleiding van het verslag is voltooid.
2. De beraadslaging over een voorstel vindt niet eerder plaats dan twee dagen nadat het eindverslag is verschenen of de nota naar aanleiding van het verslag ter kennis is gebracht van de leden.
3. De Voorzitter raadpleegt de commissie aan wie het onderzoek werd toevertrouwd over de datum voor de openbare beraadslaging.
4. De Voorzitter kan afwijken van de bepalingen in het tweede en derde lid, of in afwijking van het eerste lid een mondeling eindverslag, als bedoeld in artikel 56 doen uitbrengen, indien hij meent dat beraadslaging vanwege het spoedeisende karakter van de zaak geen uitstel lijden kan.
2. De beraadslaging over een voorstel vindt niet eerder plaats dan twee dagen nadat het eindverslag is verschenen of de nota naar aanleiding van het verslag ter kennis is gebracht van de leden.
3. De Voorzitter raadpleegt de commissie aan wie het onderzoek werd toevertrouwd over de datum voor de openbare beraadslaging.
4. De Voorzitter kan afwijken van de bepalingen in het tweede en derde lid, of in afwijking van het eerste lid een mondeling eindverslag, als bedoeld in artikel 56 doen uitbrengen, indien hij meent dat beraadslaging vanwege het spoedeisende karakter van de zaak geen uitstel lijden kan.
- Citeren als
- Art. 72
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007428
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl