BWBR0007625
Geldig vanaf 01-08-2026
Artikel 11.1.2
Wet educatie en beroepsonderwijs
1. Onze Minister verleent een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg of beroepsbegeleidende leerweg indien wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de volgende artikelen, met dien verstande dat voor «instelling» wordt gelezen «aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs»:
a. artikel 1.3.6;
b. de artikelen 6.1.2a en 6.1.3a;
c. hoofdstuk 7, titels 1, 2 en 4, met uitzondering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7.1.1, 7.1.4, 7.1.5, 7.2.4a, 7.2.7, zevende lid, laatste bijzin, 7.4.8, vierde lid, en 7.4.9 tot en met 7.4.11;
d. artikel 7.5.3;
e. artikel 8.2.1;
f. de artikelen 8.6.1 en 8.6.3, voor zover sprake is van een samenwerkingscollege; en
g. artikel 11.1.4.
2. Indien een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding van een aanvrager is ingetrokken op grond van artikel 11.1.8, tweede lid, onderdeel a, of artikel 11.1.20, eerste lid, onderdeel b, wordt een erkenning alleen verleend indien de aanvrager aantoont dat zodanige verbeteringen zijn aangebracht dat aannemelijk is dat de beroepsopleiding van voldoende kwaliteit zal zijn.
3. Een intrekking op grond van artikel 1.4.1, vierde lid, onderdeel a, en een ontneming op grond van artikel 6.2.2, eerste lid, onderdeel a, zoals die artikelen luidden op de dag voor inwerkingtreding van het onderhavige artikel worden aangemerkt als een intrekking als bedoeld in het tweede lid.
a. artikel 1.3.6;
b. de artikelen 6.1.2a en 6.1.3a;
c. hoofdstuk 7, titels 1, 2 en 4, met uitzondering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7.1.1, 7.1.4, 7.1.5, 7.2.4a, 7.2.7, zevende lid, laatste bijzin, 7.4.8, vierde lid, en 7.4.9 tot en met 7.4.11;
d. artikel 7.5.3;
e. artikel 8.2.1;
f. de artikelen 8.6.1 en 8.6.3, voor zover sprake is van een samenwerkingscollege; en
g. artikel 11.1.4.
2. Indien een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding van een aanvrager is ingetrokken op grond van artikel 11.1.8, tweede lid, onderdeel a, of artikel 11.1.20, eerste lid, onderdeel b, wordt een erkenning alleen verleend indien de aanvrager aantoont dat zodanige verbeteringen zijn aangebracht dat aannemelijk is dat de beroepsopleiding van voldoende kwaliteit zal zijn.
3. Een intrekking op grond van artikel 1.4.1, vierde lid, onderdeel a, en een ontneming op grond van artikel 6.2.2, eerste lid, onderdeel a, zoals die artikelen luidden op de dag voor inwerkingtreding van het onderhavige artikel worden aangemerkt als een intrekking als bedoeld in het tweede lid.
- Citeren als
- Art. 11.1.2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007625
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl