BWBR0007625
Geldig vanaf 01-08-2026
Artikel 11.1.8
Wet educatie en beroepsonderwijs
1. Een erkenning voor twee jaar als bedoeld in artikel 11.1.7, tweede lid, wordt van rechtswege verlengd voor onbepaalde tijd.
2. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister uiterlijk twee maanden voordat de periode van twee jaar is verstreken, besluiten om de erkenning in te trekken indien:
a. de niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding in de praktijk van onvoldoende kwaliteit blijkt te zijn;
b. het bevoegd gezag van de aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs heeft aangegeven geen verlenging te wensen; of
c. de niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding niet binnen een jaar na de verlening van de erkenning is gestart.
3. Nadat een erkenning verlengd is voor onbepaalde tijd, kan Onze Minister een andere erkenning van het bevoegd gezag van de aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs die minder dan twee jaar daarvoor is afgegeven, verlengen voor onbepaalde tijd.
2. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister uiterlijk twee maanden voordat de periode van twee jaar is verstreken, besluiten om de erkenning in te trekken indien:
a. de niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding in de praktijk van onvoldoende kwaliteit blijkt te zijn;
b. het bevoegd gezag van de aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs heeft aangegeven geen verlenging te wensen; of
c. de niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding niet binnen een jaar na de verlening van de erkenning is gestart.
3. Nadat een erkenning verlengd is voor onbepaalde tijd, kan Onze Minister een andere erkenning van het bevoegd gezag van de aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs die minder dan twee jaar daarvoor is afgegeven, verlengen voor onbepaalde tijd.
- Citeren als
- Art. 11.1.8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007625
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl