BWBR0007687
Geldig vanaf 2001-04-11
Artikel 5.16:3
Arbeidstijdenbesluit
1. De artikelen 5:3, tweede lid, en 5:8, eerste, tweede en derde lid, van de wetzijn niet van toepassing, indien dit artikel wordt toegepast.
2. Artikel 5.16:2is niet van toepassing als dit artikel wordt toegepast.
3. De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer:
a. ten hoogste arbeid verricht gedurende 12 uren in een nachtdienst;
b. ten hoogste gemiddeld 40 uren per week in elke periode van 52 aaneengesloten weken arbeid verricht;
c. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren in een aaneengesloten periode van 24 uur, welke rusttijd ten hoogste 117 maal in elke periode van 52 aaneengesloten weken mag worden ingekort tot ten minste 8 uren, en
d. na een nachtdienst waarop de onderdelen a en c, voor zover het de inkorting van de rusttijd in een aaneengesloten periode van 24 uur betreft, van toepassing zijn, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 24 uren.
4. De in het derde lid, onder c, bedoelde aaneengesloten periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag waarop de werknemer arbeid verricht.
5. Toepassing van dit artikel is uitsluitend mogelijk bij collectieve regeling. Elk beding waarbij wordt afgeweken van de vorige zin dan wel het tweede, derde of vierde lid, is nietig.
2. Artikel 5.16:2is niet van toepassing als dit artikel wordt toegepast.
3. De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer:
a. ten hoogste arbeid verricht gedurende 12 uren in een nachtdienst;
b. ten hoogste gemiddeld 40 uren per week in elke periode van 52 aaneengesloten weken arbeid verricht;
c. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren in een aaneengesloten periode van 24 uur, welke rusttijd ten hoogste 117 maal in elke periode van 52 aaneengesloten weken mag worden ingekort tot ten minste 8 uren, en
d. na een nachtdienst waarop de onderdelen a en c, voor zover het de inkorting van de rusttijd in een aaneengesloten periode van 24 uur betreft, van toepassing zijn, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 24 uren.
4. De in het derde lid, onder c, bedoelde aaneengesloten periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag waarop de werknemer arbeid verricht.
5. Toepassing van dit artikel is uitsluitend mogelijk bij collectieve regeling. Elk beding waarbij wordt afgeweken van de vorige zin dan wel het tweede, derde of vierde lid, is nietig.