BWBR0007962
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 3.14
Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996
1. Bij het opmaken van een resultatenrekening als bedoeld in artikel 3.13worden in het credit daarvan gebracht:
a. de opbrengst van de krachtens de vergunning gewonnen delfstoffen;
b. de opbrengst van verkochte produktiemiddelen dan wel de waarde in het economisch verkeer van aan het bedrijf onttrokken produktiemiddelen, een en ander voor zover zij de aanschaffingswaarde, vermeerderd met de kosten van verbetering en verminderd met de tot de datum van verkoop ten laste van een resultatenrekening gebrachte afschrijvingen, te boven gaan, echter onder aftrek van bedragen, die uit deze opbrengst dan wel waarde tot afschrijving op andere, ter vervanging dienende produktiemiddelen strekken;
c. andere met of door het verrichten van verkennings- en opsporingsonderzoeken en de winning verkregen voordelen zoals vergoedingen voor ter beschikking gestelde kennis en diensten dan wel de waarde in het economisch verkeer van aan het bedrijf onttrokken kennis en diensten.
2. Bij het opmaken van een resultatenrekening als bedoeld in artikel 3.13worden in het debet daarvan gebracht:
a. de kosten van het binnen het vergunningsgebied instellen van verkennings- en opsporingsonderzoeken, gemaakt na de dag, waarop de vergunning van kracht is geworden, en de kosten van het winnen en afleveren van delfstoffen, een en ander zowel wat de directe als de naar redelijkheid vast te stellen indirecte en algemene kosten betreft;
b. de kosten van andere verkennings- en opsporingsonderzoeken dan onder a bedoeld, gemaakt na de dag, waarop de vergunning van kracht is geworden, met uitzondering van die kosten, welke reeds ten laste van een andere resultatenrekening zijn gebracht of zijn gemaakt in een gebied, waarvoor een opsporings- of winningsvergunning van kracht is, die is verleend vóór 1 januari 1976, of een op een later tijdstip op grond van artikel 13, eerste lid, van de wet in vervolg op zodanige opsporingsvergunning verleende winningsvergunning;
c. afschrijvingen op de niet reeds ten laste van een andere resultatenrekening gebrachte kosten van verkennings- en opsporingsonderzoeken, welke zijn gemaakt vóór de dag, waarop de vergunning van kracht is geworden, voor zover die kosten geen betrekking hebben op een gebied als onder b bedoeld;
d. afschrijvingen op de aanschaffings- of voortbrengingskosten van alle duurzame produktiemiddelen, voor zover die kosten geen betrekking hebben op een gebied als onder b bedoeld;
e. de door de vergunninghouder aan de staat verschuldigde belastingen en andere Nederlandse publiekrechtelijke lasten voor zover deze als bedrijfslasten van de onder a tot en met c bedoelde activiteiten zijn te beschouwen, met uitzondering van de belastingen en lasten, welke reeds ten laste van een andere resultatenrekening zijn gebracht, de naar inkomen, winst of vermogen geheven belastingen en hun voorheffingen, alsmede van de ingevolge de vergunning verschuldigde bedragen, berekend naar met de winning behaalde winst;
f. een bedrag van 20% der kosten, bedoeld onder a tot en met c;
g. een bedrag van 70% der kosten, bedoeld onder d.
3. Voor de toepassing van het eerste lid gelden als opbrengsten of voordelen:
a. mede de waarde van anders dan door verkoop aan het winningsbedrijf onttrokken delfstoffen, zomede de naar goed koopmansgebruik gewaardeerde verschillen tussen begin- en eindvoorraden;
b. mede de bedragen, welke ten goede komen aan een vennootschap als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder a, van de wet;
c. niet de waarde van in het winningsbedrijf gewonnen en verbruikte delfstoffen;
d. niet de bedragen, welke de vergunninghouder van een vennootschap als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder a, van de wet heeft ontvangen als houder van aandelen of van winstbewijzen van die vennootschap.
4. Voor zover de gewonnen koolwaterstoffen anders dan door verkoop aan het winningsbedrijf zijn onttrokken, geldt voor de bepaling van de in het eerste lid, onder a, bedoelde opbrengst als waarde van de koolwaterstoffen de door Onze Minister krachtens artikel 3.26goedgekeurde verrekenprijs.
5. Voor de toepassing van het tweede lid gelden als kosten:
a. mede de kosten, welke voor rekening komen van een vennootschap als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder a, van de wet;
b. niet de bedragen, betaald voor kennis, verkregen uit verkennings- of opsporingsonderzoeken of het winnen van delfstoffen, welke door derden zijn verricht, voor zover niet aannemelijk wordt gemaakt, dat deze kennis is verworven ten behoeve van activiteiten als in het tweede lid, onder a tot en met c bedoeld, en deze bedragen nog niet ten laste van een andere resultatenrekening zijn gebracht;
c. niet de rente over eigen vermogen van de vergunninghouder en over vermogen, dat vóór de verlening van de vergunning is verschaft door ondernemingen, die tot dezelfde groep behoren, alsmede de rente over het eigen vermogen van een vennootschap als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder a, van de wet;
d. niet de waarde van in het winningsbedrijf gewonnen en verbruikte delfstoffen;
e. niet uitgaven, waarvan niet aannemelijk is, dat zij zijn gedaan ter verkrijging van de in artikel 3.13 bedoelde opbrengsten.
6. Kosten of opbrengsten, welke blijken niet te zijn opgenomen in de vastgestelde resultatenrekening over het jaar, waarop zij betrekking hebben, worden opgenomen in de resultatenrekening over het jaar, waarin van die kosten onderscheidenlijk die opbrengsten is gebleken.
a. de opbrengst van de krachtens de vergunning gewonnen delfstoffen;
b. de opbrengst van verkochte produktiemiddelen dan wel de waarde in het economisch verkeer van aan het bedrijf onttrokken produktiemiddelen, een en ander voor zover zij de aanschaffingswaarde, vermeerderd met de kosten van verbetering en verminderd met de tot de datum van verkoop ten laste van een resultatenrekening gebrachte afschrijvingen, te boven gaan, echter onder aftrek van bedragen, die uit deze opbrengst dan wel waarde tot afschrijving op andere, ter vervanging dienende produktiemiddelen strekken;
c. andere met of door het verrichten van verkennings- en opsporingsonderzoeken en de winning verkregen voordelen zoals vergoedingen voor ter beschikking gestelde kennis en diensten dan wel de waarde in het economisch verkeer van aan het bedrijf onttrokken kennis en diensten.
2. Bij het opmaken van een resultatenrekening als bedoeld in artikel 3.13worden in het debet daarvan gebracht:
a. de kosten van het binnen het vergunningsgebied instellen van verkennings- en opsporingsonderzoeken, gemaakt na de dag, waarop de vergunning van kracht is geworden, en de kosten van het winnen en afleveren van delfstoffen, een en ander zowel wat de directe als de naar redelijkheid vast te stellen indirecte en algemene kosten betreft;
b. de kosten van andere verkennings- en opsporingsonderzoeken dan onder a bedoeld, gemaakt na de dag, waarop de vergunning van kracht is geworden, met uitzondering van die kosten, welke reeds ten laste van een andere resultatenrekening zijn gebracht of zijn gemaakt in een gebied, waarvoor een opsporings- of winningsvergunning van kracht is, die is verleend vóór 1 januari 1976, of een op een later tijdstip op grond van artikel 13, eerste lid, van de wet in vervolg op zodanige opsporingsvergunning verleende winningsvergunning;
c. afschrijvingen op de niet reeds ten laste van een andere resultatenrekening gebrachte kosten van verkennings- en opsporingsonderzoeken, welke zijn gemaakt vóór de dag, waarop de vergunning van kracht is geworden, voor zover die kosten geen betrekking hebben op een gebied als onder b bedoeld;
d. afschrijvingen op de aanschaffings- of voortbrengingskosten van alle duurzame produktiemiddelen, voor zover die kosten geen betrekking hebben op een gebied als onder b bedoeld;
e. de door de vergunninghouder aan de staat verschuldigde belastingen en andere Nederlandse publiekrechtelijke lasten voor zover deze als bedrijfslasten van de onder a tot en met c bedoelde activiteiten zijn te beschouwen, met uitzondering van de belastingen en lasten, welke reeds ten laste van een andere resultatenrekening zijn gebracht, de naar inkomen, winst of vermogen geheven belastingen en hun voorheffingen, alsmede van de ingevolge de vergunning verschuldigde bedragen, berekend naar met de winning behaalde winst;
f. een bedrag van 20% der kosten, bedoeld onder a tot en met c;
g. een bedrag van 70% der kosten, bedoeld onder d.
3. Voor de toepassing van het eerste lid gelden als opbrengsten of voordelen:
a. mede de waarde van anders dan door verkoop aan het winningsbedrijf onttrokken delfstoffen, zomede de naar goed koopmansgebruik gewaardeerde verschillen tussen begin- en eindvoorraden;
b. mede de bedragen, welke ten goede komen aan een vennootschap als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder a, van de wet;
c. niet de waarde van in het winningsbedrijf gewonnen en verbruikte delfstoffen;
d. niet de bedragen, welke de vergunninghouder van een vennootschap als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder a, van de wet heeft ontvangen als houder van aandelen of van winstbewijzen van die vennootschap.
4. Voor zover de gewonnen koolwaterstoffen anders dan door verkoop aan het winningsbedrijf zijn onttrokken, geldt voor de bepaling van de in het eerste lid, onder a, bedoelde opbrengst als waarde van de koolwaterstoffen de door Onze Minister krachtens artikel 3.26goedgekeurde verrekenprijs.
5. Voor de toepassing van het tweede lid gelden als kosten:
a. mede de kosten, welke voor rekening komen van een vennootschap als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder a, van de wet;
b. niet de bedragen, betaald voor kennis, verkregen uit verkennings- of opsporingsonderzoeken of het winnen van delfstoffen, welke door derden zijn verricht, voor zover niet aannemelijk wordt gemaakt, dat deze kennis is verworven ten behoeve van activiteiten als in het tweede lid, onder a tot en met c bedoeld, en deze bedragen nog niet ten laste van een andere resultatenrekening zijn gebracht;
c. niet de rente over eigen vermogen van de vergunninghouder en over vermogen, dat vóór de verlening van de vergunning is verschaft door ondernemingen, die tot dezelfde groep behoren, alsmede de rente over het eigen vermogen van een vennootschap als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder a, van de wet;
d. niet de waarde van in het winningsbedrijf gewonnen en verbruikte delfstoffen;
e. niet uitgaven, waarvan niet aannemelijk is, dat zij zijn gedaan ter verkrijging van de in artikel 3.13 bedoelde opbrengsten.
6. Kosten of opbrengsten, welke blijken niet te zijn opgenomen in de vastgestelde resultatenrekening over het jaar, waarop zij betrekking hebben, worden opgenomen in de resultatenrekening over het jaar, waarin van die kosten onderscheidenlijk die opbrengsten is gebleken.