BWBR0008212
Geldig vanaf 2003-07-03
Artikel 17
Warenwetbesluit liften
1. Liften worden ten hoogste twaalf maanden na de eerste ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste achttien maanden door een aangewezen instelling gekeurd. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een aangewezen instelling kan verlangen dat een lift, in geval van door haar geconstateerde ernstige gebreken, na een kortere termijn dan de termijnen, genoemd in de eerste volzin, wordt onderzocht op de staat van veiligheid.
2. Liften als bedoeld in het eerste lid, die zullen worden gebruikt tijdens de bouwfase van het gebouw of bouwwerk worden vóór de eerste ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste drie maanden door een aangewezen instelling gekeurd. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Liften worden vóór de ingebruikneming na elke herstelling of wijziging door een aangewezen instelling gekeurd.
4. Bij de keuring vóór de eerste ingebruikneming, bedoeld in het tweede lid, wordt gecontroleerd of de documenten van de voorgeschreven procedures, bedoeld in artikel 8, aanwezig zijn en juist zijn. Bij de keuring voor de ingebruikneming na herstelling of wijziging, bedoeld in het derde lid, wordt getoetst of ten minste is voldaan aan de voor het desbetreffende hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften, bedoeld in artikel 5.
5. Bij de vervolgkeuringen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt getoetst of nog ten minste is voldaan aan de voor het desbetreffende hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften van artikel 5en, voor wat betreft liften als bedoeld in het eerste lid, aan artikel 7.21, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het vierde en vijfde lid.
7. Als blijk van goedkeuring brengt de instelling, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, op een duidelijk zichtbare plaats in de kooi of op het hefwerktuig een kenmerk aan, waarop tevens de herkeuringstermijn, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt aangegeven.
8. De certificaathouder verstrekt Onze Minister of, indien Onze Minister een aangewezen instelling heeft aangewezen, deze instelling, desgevraagd kosteloos alle informatie die nodig is voor de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens dit artikel.
2. Liften als bedoeld in het eerste lid, die zullen worden gebruikt tijdens de bouwfase van het gebouw of bouwwerk worden vóór de eerste ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste drie maanden door een aangewezen instelling gekeurd. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Liften worden vóór de ingebruikneming na elke herstelling of wijziging door een aangewezen instelling gekeurd.
4. Bij de keuring vóór de eerste ingebruikneming, bedoeld in het tweede lid, wordt gecontroleerd of de documenten van de voorgeschreven procedures, bedoeld in artikel 8, aanwezig zijn en juist zijn. Bij de keuring voor de ingebruikneming na herstelling of wijziging, bedoeld in het derde lid, wordt getoetst of ten minste is voldaan aan de voor het desbetreffende hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften, bedoeld in artikel 5.
5. Bij de vervolgkeuringen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt getoetst of nog ten minste is voldaan aan de voor het desbetreffende hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften van artikel 5en, voor wat betreft liften als bedoeld in het eerste lid, aan artikel 7.21, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het vierde en vijfde lid.
7. Als blijk van goedkeuring brengt de instelling, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, op een duidelijk zichtbare plaats in de kooi of op het hefwerktuig een kenmerk aan, waarop tevens de herkeuringstermijn, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt aangegeven.
8. De certificaathouder verstrekt Onze Minister of, indien Onze Minister een aangewezen instelling heeft aangewezen, deze instelling, desgevraagd kosteloos alle informatie die nodig is voor de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens dit artikel.