BWBR0008252
Geldig vanaf 1996-10-02
Artikel 53
Overgangswet verzorgingshuizen
Indien het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan, bedoeld in artikel 1, onderdelen b, c en e, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekostenvoor het tot gelding brengen van de aanspraak van zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis, de voorwaarde stelt van zijn toestemming, geldt deze eis niet ten aanzien van een verzekerde, die:
a. in het jaar van inwerkingtreding van hoofdstuk X duurzaam wordt opgenomen in een verzorgingshuis,
b. in het jaar voorafgaande aan de inwerkingtreding van hoofdstuk X beschikt over een besluit van een orgaan als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van die wet, waaruit blijkt dat duurzaam verblijf en verzorging in het verzorgingshuis ten aanzien van deze verzekerde aangewezen is, en
c. voor het jaar van inwerkingtreding van hoofdstuk X beschikt over een schriftelijke gesloten overeenkomst met een verzorgingshuis, waaruit blijkt dat hij in het jaar van inwerkingtreding van hoofdstuk X duurzaam opgenomen wordt in het verzorgingshuis.
a. in het jaar van inwerkingtreding van hoofdstuk X duurzaam wordt opgenomen in een verzorgingshuis,
b. in het jaar voorafgaande aan de inwerkingtreding van hoofdstuk X beschikt over een besluit van een orgaan als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van die wet, waaruit blijkt dat duurzaam verblijf en verzorging in het verzorgingshuis ten aanzien van deze verzekerde aangewezen is, en
c. voor het jaar van inwerkingtreding van hoofdstuk X beschikt over een schriftelijke gesloten overeenkomst met een verzorgingshuis, waaruit blijkt dat hij in het jaar van inwerkingtreding van hoofdstuk X duurzaam opgenomen wordt in het verzorgingshuis.