BWBR0008301
Geldig vanaf 2004-03-19
Artikel 14
Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen
1. Het bij de inzaai van koolzaad of raapzaad gebruikte zaad moet behoren tot één van de in artikel 4, tweede lid, onderdelen a, c en d, van verordening 2316/1999, onderscheiden categorieën zaaizaad.
2. Indien inzaai plaatsvindt met zaaizaad, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van verordening 2316/1999, is de producent verplicht:
a. het betreffende perceel aan te melden voor keuring bij de stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen overeenkomstig het door deze stichting vastgestelde keuringsreglement;
b. een bewijs terzake van de aanmelding van het perceel bij zijn boekhouding, als bedoeld in artikel 11 te bewaren;
c. in voorkomend geval schriftelijke stukken waaruit de projectmatige opzet en het doel van het onderzoek of de proef blijken alsmede de resultaten daarvan, bij zijn boekhouding, bedoeld in artikel 11, te bewaren.
3. Artikel 2 van de Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979 is van overeenkomstige toepassing op de geteelde gewassen, zolang de voorgeschreven bestemming niet volledig is bereikt.
2. Indien inzaai plaatsvindt met zaaizaad, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van verordening 2316/1999, is de producent verplicht:
a. het betreffende perceel aan te melden voor keuring bij de stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen overeenkomstig het door deze stichting vastgestelde keuringsreglement;
b. een bewijs terzake van de aanmelding van het perceel bij zijn boekhouding, als bedoeld in artikel 11 te bewaren;
c. in voorkomend geval schriftelijke stukken waaruit de projectmatige opzet en het doel van het onderzoek of de proef blijken alsmede de resultaten daarvan, bij zijn boekhouding, bedoeld in artikel 11, te bewaren.
3. Artikel 2 van de Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979 is van overeenkomstige toepassing op de geteelde gewassen, zolang de voorgeschreven bestemming niet volledig is bereikt.