BWBR0008587
Geldig vanaf 2022-12-19
Artikel 1.9c
Arbeidsomstandighedenregeling
1. Voorafgaand aan de eerste dienstverrichting controleert de minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, op grond van artikel 27 van de wetde beroepskwalificaties van de meldingsplichtige dienstverrichter.
2. In aanvulling op de documenten, genoemd in artikel 1.9b, tweede lid, verstrekt de meldingsplichtige dienstverrichter de minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, desgevraagd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1.9b, vierde lid, de volgende documenten:
a. het programma van de opleiding tot het desbetreffende beroep, onderverdeeld in theorie en praktijkvakken, met opgave van de duur van het onderwijs in die vakken, afkomstig van de instelling waarbij de meldingsplichtige dienstverrichter de opleidingstitel heeft behaald;
b. cijferlijsten en beoordelingen van studieresultaten, praktijkperiode of stages van de meldingsplichtige dienstverrichter; en
c. bewijsstukken van eventuele beroepservaring en aanvullend onderwijs.
3. De minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, beslist met inachtneming van de termijnen, genoemd in artikel 28 van de wet.
4. In geval van constatering van wezenlijke verschillen als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de wet, biedt de minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, de meldingsplichtige dienstverrichter de mogelijkheid om door middel van een proeve van bekwaamheid als bedoeld in artikel 1.9d, aan te tonen dat hij over de ontbrekende kennis, vaardigheden of competenties beschikt.
5. De meldingsplichtige dienstverrichter ontvangt van de minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluitheeft aangewezen, die instelling, een schriftelijke verklaring in de vorm van een bewijs van toetsing indien op grond van de controle de beroepskwalificaties voldoende zijn voor tijdelijke en incidentele dienstverrichting in Nederland.
2. In aanvulling op de documenten, genoemd in artikel 1.9b, tweede lid, verstrekt de meldingsplichtige dienstverrichter de minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, desgevraagd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1.9b, vierde lid, de volgende documenten:
a. het programma van de opleiding tot het desbetreffende beroep, onderverdeeld in theorie en praktijkvakken, met opgave van de duur van het onderwijs in die vakken, afkomstig van de instelling waarbij de meldingsplichtige dienstverrichter de opleidingstitel heeft behaald;
b. cijferlijsten en beoordelingen van studieresultaten, praktijkperiode of stages van de meldingsplichtige dienstverrichter; en
c. bewijsstukken van eventuele beroepservaring en aanvullend onderwijs.
3. De minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, beslist met inachtneming van de termijnen, genoemd in artikel 28 van de wet.
4. In geval van constatering van wezenlijke verschillen als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de wet, biedt de minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, de meldingsplichtige dienstverrichter de mogelijkheid om door middel van een proeve van bekwaamheid als bedoeld in artikel 1.9d, aan te tonen dat hij over de ontbrekende kennis, vaardigheden of competenties beschikt.
5. De meldingsplichtige dienstverrichter ontvangt van de minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluitheeft aangewezen, die instelling, een schriftelijke verklaring in de vorm van een bewijs van toetsing indien op grond van de controle de beroepskwalificaties voldoende zijn voor tijdelijke en incidentele dienstverrichting in Nederland.