BWBR0008587
Geldig vanaf 2022-12-19
Artikel 9.1
Arbeidsomstandighedenregeling
1. De persoon die op 1 februari 2025 beschikt over een geldig certificaat duikarbeid wordt op zijn verzoek voor de resterende geldigheidsduur van dat certificaat, afhankelijk van de sector waarin hij werkzaam is, ingeschreven in het Register civiele duikarbeid of het Register duikarbeid brandweer en politie, in de volgende scope, bedoeld in artikel 6.1, tweede lid:
a. A9, indien hij over een certificaat voor subcategorie A1 beschikt;
b. A15, indien hij over een certificaat voor subcategorie A2 beschikt;
c. A30, indien hij over een certificaat voor subcategorie A3 beschikt;
d. A15OLV, indien hij over een certificaat voor subcategorie B1 beschikt;
e. B30, indien hij over een certificaat voor subcategorie B2 beschikt;
f. B50R, indien hij over een certificaat voor subcategorie B3 beschikt;
g. B50, indien hij over een certificaat voor subcategorie B4 beschikt;
h. C, indien hij over een certificaat voor categorie C beschikt.
2. De persoon die op 1 februari 2025 beschikt over een geldig certificaat duikploegleider wordt op zijn verzoek voor de resterende geldigheidsduur van dat certificaat ingeschreven in het Register civiele duikarbeid in de volgende scope, bedoeld in artikel 6.1, vierde lid:
a. A9, indien hij over een certificaat voor subcategorie A1 beschikt;
b. A15, indien hij over een certificaat voor subcategorie A2 beschikt;
c. A30, indien hij over een certificaat voor subcategorie A3 beschikt;
d. A15, indien hij over een certificaat voor subcategorie B1 beschikt;
e. B30, indien hij over een certificaat voor subcategorie B2 beschikt;
f. B50R, indien hij over een certificaat voor subcategorie B3 beschikt;
g. B50, indien hij over een certificaat voor subcategorie B4 beschikt;
h. C, indien hij over een certificaat voor categorie C beschikt.
3. De persoon die op 1 februari 2025 beschikt over een geldig certificaat brandweerduikploegleider wordt op zijn verzoek voor de resterende geldigheidsduur van dat certificaat ingeschreven in het Register duikarbeid brandweer en politie in de scope A15, bedoeld in artikel 6.1, vierde lid.
4. De persoon die op 1 februari 2025 beschikt over een geldig certificaat duikmedisch begeleider wordt op zijn verzoek voor de resterende geldigheidsduur van dat certificaat, afhankelijk van de sector waarin hij werkzaam is, ingeschreven in het Register civiele duikarbeid of het Register duikarbeid brandweer en politie, in de volgende scope, bedoeld in artikel 6.1, achtste lid:
a. B1, indien hij over een certificaat EHBO duikarbeid beschikt;
b. B2, indien hij over een certificaat mad A beschikt.
5. De persoon die op 1 februari 2025 beschikt over een geldig certificaat duikerarts wordt op zijn verzoek voor de resterende geldigheidsduur van dat certificaat ingeschreven in het Register civiele duikarbeid in de volgende scope, bedoeld in artikel 6.1, negende lid:
a. duikerarts A, indien hij over een certificaat duikerarts A beschikt;
b. duikerarts B, indien hij over een certificaat duikerarts B beschikt.
6. Indien sinds de afgifte van het certificaat, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, een periode van meer dan 24 maanden is verstreken, wordt een verzoek als bedoeld in die leden slechts ingewilligd als door de houder van het certificaat is aangetoond dat hij in de periode van 24 maanden vanaf de datum van afgifte van het certificaat:
a. heeft voldaan aan de op het certificaat van toepassing zijnde eindterm in paragraaf 11.2.1. van bijlage XVIc van de regeling, zoals deze luidde op 31 januari 2025, indien het certificaat een certificaat is als bedoeld in het eerste lid;
b. als duikploegleider deel heeft genomen aan ten minste 20 duiken in de categorie van duikarbeid waarvoor het certificaat is afgegeven, indien het certificaat een certificaat is als bedoeld in het tweede lid voor subcategorieën A1, A2 of B1 dan wel een certificaat is als bedoeld in het derde lid;
c. als duikploegleider deel heeft genomen aan ten minste 30 duiken in de categorie van duikarbeid waarvoor het certificaat is afgegeven, indien het certificaat een certificaat is als bedoeld in het tweede lid en is afgegeven voor een andere subcategorie dan die genoemd in onderdeel b.
a. A9, indien hij over een certificaat voor subcategorie A1 beschikt;
b. A15, indien hij over een certificaat voor subcategorie A2 beschikt;
c. A30, indien hij over een certificaat voor subcategorie A3 beschikt;
d. A15OLV, indien hij over een certificaat voor subcategorie B1 beschikt;
e. B30, indien hij over een certificaat voor subcategorie B2 beschikt;
f. B50R, indien hij over een certificaat voor subcategorie B3 beschikt;
g. B50, indien hij over een certificaat voor subcategorie B4 beschikt;
h. C, indien hij over een certificaat voor categorie C beschikt.
2. De persoon die op 1 februari 2025 beschikt over een geldig certificaat duikploegleider wordt op zijn verzoek voor de resterende geldigheidsduur van dat certificaat ingeschreven in het Register civiele duikarbeid in de volgende scope, bedoeld in artikel 6.1, vierde lid:
a. A9, indien hij over een certificaat voor subcategorie A1 beschikt;
b. A15, indien hij over een certificaat voor subcategorie A2 beschikt;
c. A30, indien hij over een certificaat voor subcategorie A3 beschikt;
d. A15, indien hij over een certificaat voor subcategorie B1 beschikt;
e. B30, indien hij over een certificaat voor subcategorie B2 beschikt;
f. B50R, indien hij over een certificaat voor subcategorie B3 beschikt;
g. B50, indien hij over een certificaat voor subcategorie B4 beschikt;
h. C, indien hij over een certificaat voor categorie C beschikt.
3. De persoon die op 1 februari 2025 beschikt over een geldig certificaat brandweerduikploegleider wordt op zijn verzoek voor de resterende geldigheidsduur van dat certificaat ingeschreven in het Register duikarbeid brandweer en politie in de scope A15, bedoeld in artikel 6.1, vierde lid.
4. De persoon die op 1 februari 2025 beschikt over een geldig certificaat duikmedisch begeleider wordt op zijn verzoek voor de resterende geldigheidsduur van dat certificaat, afhankelijk van de sector waarin hij werkzaam is, ingeschreven in het Register civiele duikarbeid of het Register duikarbeid brandweer en politie, in de volgende scope, bedoeld in artikel 6.1, achtste lid:
a. B1, indien hij over een certificaat EHBO duikarbeid beschikt;
b. B2, indien hij over een certificaat mad A beschikt.
5. De persoon die op 1 februari 2025 beschikt over een geldig certificaat duikerarts wordt op zijn verzoek voor de resterende geldigheidsduur van dat certificaat ingeschreven in het Register civiele duikarbeid in de volgende scope, bedoeld in artikel 6.1, negende lid:
a. duikerarts A, indien hij over een certificaat duikerarts A beschikt;
b. duikerarts B, indien hij over een certificaat duikerarts B beschikt.
6. Indien sinds de afgifte van het certificaat, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, een periode van meer dan 24 maanden is verstreken, wordt een verzoek als bedoeld in die leden slechts ingewilligd als door de houder van het certificaat is aangetoond dat hij in de periode van 24 maanden vanaf de datum van afgifte van het certificaat:
a. heeft voldaan aan de op het certificaat van toepassing zijnde eindterm in paragraaf 11.2.1. van bijlage XVIc van de regeling, zoals deze luidde op 31 januari 2025, indien het certificaat een certificaat is als bedoeld in het eerste lid;
b. als duikploegleider deel heeft genomen aan ten minste 20 duiken in de categorie van duikarbeid waarvoor het certificaat is afgegeven, indien het certificaat een certificaat is als bedoeld in het tweede lid voor subcategorieën A1, A2 of B1 dan wel een certificaat is als bedoeld in het derde lid;
c. als duikploegleider deel heeft genomen aan ten minste 30 duiken in de categorie van duikarbeid waarvoor het certificaat is afgegeven, indien het certificaat een certificaat is als bedoeld in het tweede lid en is afgegeven voor een andere subcategorie dan die genoemd in onderdeel b.