BWBR0008690
Geldig vanaf 2020-10-30
Artikel 35a
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
1. Telefoongesprekken die in verband met het toezicht, bedoeld in artikel 38, tweede lid, van de wetworden opgenomen, worden bewaard voor een periode van ten hoogste vier maanden.
2. Na het verstrijken van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt een opgenomen telefoongesprek gewist.
3. Indien bij de uitoefening van het toezicht blijkt dat een telefoongesprek met een persoon als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wetis opgenomen, wordt dit opgenomen gesprek terstond gewist.
4. De verpleegde wordt van het opnemen van het telefoonverkeer op de hoogte gesteld.
5. Opgenomen telefoongesprekken worden slechts verstrekt aan derden die ingevolge de uitvoering van hen bij of krachtens de wet opgedragen taken, tot kennisneming daarvan bevoegd zijn.
6. De verstrekking, bedoeld in het vijfde lid, kan slechts geschieden in verband met:
a. de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de verpleegde voor de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen;
b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;
c. de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven;
d. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.
2. Na het verstrijken van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt een opgenomen telefoongesprek gewist.
3. Indien bij de uitoefening van het toezicht blijkt dat een telefoongesprek met een persoon als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wetis opgenomen, wordt dit opgenomen gesprek terstond gewist.
4. De verpleegde wordt van het opnemen van het telefoonverkeer op de hoogte gesteld.
5. Opgenomen telefoongesprekken worden slechts verstrekt aan derden die ingevolge de uitvoering van hen bij of krachtens de wet opgedragen taken, tot kennisneming daarvan bevoegd zijn.
6. De verstrekking, bedoeld in het vijfde lid, kan slechts geschieden in verband met:
a. de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de verpleegde voor de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen;
b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;
c. de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven;
d. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.