BWBR0008690
Geldig vanaf 2020-10-30
Artikel 51
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
1. Het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 46, vijfde lid, doet Onze Minister zo spoedig mogelijk mededeling:
a. van zijn beslissing geen vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen;
b. van zijn vordering tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege overeenkomstig artikel 38g, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
c. indien een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is ingediend of een vordering als bedoeld onder b is ingediend, van de beslissing van de rechtbank op deze vordering en, indien deze niet onherroepelijk is geworden, van het instellen van beroep bij de bijzondere kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, van een voorlopige beëindiging van de verpleging van overheidswege als bedoeld in artikel 509w, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, en van de beslissing op het beroep.
2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de betrokkene wordt verpleegd en de reclassering die de betrokkene tijdens proefverlof hulp en steun verleent, worden door Onze Minister op de hoogte gesteld van een beslissing van de rechter als bedoeld in het eerste lid, tenzij andere wettelijke bepalingen reeds op andere wijze in die kennisgeving voorzien.
a. van zijn beslissing geen vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen;
b. van zijn vordering tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege overeenkomstig artikel 38g, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
c. indien een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is ingediend of een vordering als bedoeld onder b is ingediend, van de beslissing van de rechtbank op deze vordering en, indien deze niet onherroepelijk is geworden, van het instellen van beroep bij de bijzondere kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, van een voorlopige beëindiging van de verpleging van overheidswege als bedoeld in artikel 509w, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, en van de beslissing op het beroep.
2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de betrokkene wordt verpleegd en de reclassering die de betrokkene tijdens proefverlof hulp en steun verleent, worden door Onze Minister op de hoogte gesteld van een beslissing van de rechter als bedoeld in het eerste lid, tenzij andere wettelijke bepalingen reeds op andere wijze in die kennisgeving voorzien.