BWBR0008807
Geldig vanaf 1997-08-01
Artikel 3
Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit
1. Het college bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf vaste leden, de voorzitter daaronder begrepen.
2. Onze Minister benoemt een van de vaste leden van het college tot voorzitter en een tot plaatsvervangend voorzitter.
3. De vaste leden van het college worden benoemd voor een periode van vier jaar.
4. Een vast lid kan worden herbenoemd.
5. De vaste leden van het college hebben op persoonlijke titel zitting in het college en oefenen hun functie uit zonder last.
6. De persoon die tussentijds tot lid wordt benoemd treedt af op het tijdstip waarop de reeds benoemde vaste leden aftreden.
7. Zolang in een vacature van het college niet is voorzien, vormen de overblijvende vaste leden het college, met de bevoegdheden van het voltallige college.
8. Onze Minister maakt het besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 12, eerste lid, bekend door kennisgeving van de zakelijke inhoud ervan in de Staatscourant. De redenen van het ontslag van een lid van het college worden in die kennisgeving openbaar gemaakt indien die persoon daarom verzoekt.
2. Onze Minister benoemt een van de vaste leden van het college tot voorzitter en een tot plaatsvervangend voorzitter.
3. De vaste leden van het college worden benoemd voor een periode van vier jaar.
4. Een vast lid kan worden herbenoemd.
5. De vaste leden van het college hebben op persoonlijke titel zitting in het college en oefenen hun functie uit zonder last.
6. De persoon die tussentijds tot lid wordt benoemd treedt af op het tijdstip waarop de reeds benoemde vaste leden aftreden.
7. Zolang in een vacature van het college niet is voorzien, vormen de overblijvende vaste leden het college, met de bevoegdheden van het voltallige college.
8. Onze Minister maakt het besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 12, eerste lid, bekend door kennisgeving van de zakelijke inhoud ervan in de Staatscourant. De redenen van het ontslag van een lid van het college worden in die kennisgeving openbaar gemaakt indien die persoon daarom verzoekt.