BWBR0008807
Geldig vanaf 1997-08-01
Artikel 7
Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit
1. Op voordracht van het college kan Onze Minister geassocieerde leden benoemen die op één of meer taakgebieden van het college een bijzondere deskundigheid bezitten. Onze Minister schorst en ontslaat geassocieerde leden. Artikel 12, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenis van overeenkomstige toepassing.
2. Geassocieerde leden nemen op uitnodiging van het college deel aan de vergaderingen van het college. Zij kunnen door het college worden betrokken bij de behandeling van aangelegenheden op de taakgebieden ten aanzien waarvan zij bijzondere deskundigheid bezitten. De geassocieerde leden hebben een adviserende stem.
3. Artikel 13 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenen artikel 4zijn van overeenkomstige toepassing op de geassocieerde leden van het college.
4. In afwijking van artikel 4kunnen geassocieerde leden worden benoemd die beperkte belangen hebben bij instellingen of bedrijven in de post- of telecommunicatiemarkt. In dit geval ziet het college erop toe dat deze leden niet worden betrokken bij de behandeling van aangelegenheden ten aanzien waarvan belangenverstrengeling zou kunnen optreden.
5. Artikel 14 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenis van overeenkomstige toepassing op de geassocieerde leden van het college.
2. Geassocieerde leden nemen op uitnodiging van het college deel aan de vergaderingen van het college. Zij kunnen door het college worden betrokken bij de behandeling van aangelegenheden op de taakgebieden ten aanzien waarvan zij bijzondere deskundigheid bezitten. De geassocieerde leden hebben een adviserende stem.
3. Artikel 13 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenen artikel 4zijn van overeenkomstige toepassing op de geassocieerde leden van het college.
4. In afwijking van artikel 4kunnen geassocieerde leden worden benoemd die beperkte belangen hebben bij instellingen of bedrijven in de post- of telecommunicatiemarkt. In dit geval ziet het college erop toe dat deze leden niet worden betrokken bij de behandeling van aangelegenheden ten aanzien waarvan belangenverstrengeling zou kunnen optreden.
5. Artikel 14 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenis van overeenkomstige toepassing op de geassocieerde leden van het college.