BWBR0009300
Geldig vanaf 01-06-1999
Artikel 3
Verordening op de Boekhoudverordening 1998
1. De advocaat is verplicht een stichting derdengelden ter beschikking te hebben.
2. De advocaat ziet erop toe dat der-dengelden niet naar hem worden overgemaakt maar hetzij rechtstreeks naar de rechthebbende, hetzij naar de hem ter beschikking staande stichting derdengelden. De advocaat is verplicht ervoor te zorgen dat op zijn briefpapier uitsluitend het bankrekeningnummer van die stichting is vermeld. De vermelding van het eigen bankrekeningnummer is slechts toegestaan bij betalingsverzoeken betrekking hebbende op verschotten en geldbedragen die de advocaat zelf toekomen.
3. De advocaat is verplicht zodra hij desondanks derdengelden onder zich heeft gekregen deze onverwijld over te maken hetzij naar de rechthebbende, hetzij naar de in het eerste lid bedoelde stichting derdengelden, en een dergelijke handeling steeds afzonderlijk te registreren zodanig dat daaruit telkens blijkt
– het ontvangen bedrag;
– de datum en wijze van ontvangst;
– de datum van overmaking;
– de begunstigde;
– de naam van de behandelend advocaat.
4. De advocaat ziet erop toe dat de derdengelden die zich door zijn toedoen bevinden onder een stichting derdengelden worden overgemaakt naar de rechthebbende zodra de gelegenheid zich daartoe voordoet.
5. Het is de advocaat niet toegestaan derdengelden te doen strekken tot zekerheid van hemzelf, zijn praktijk of enige derde of anderszins in strijd met hun bestemming te gebruiken.
6. Het in dit artikel bepaalde is voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op geldswaardige papieren en kostbaarheden.
2. De advocaat ziet erop toe dat der-dengelden niet naar hem worden overgemaakt maar hetzij rechtstreeks naar de rechthebbende, hetzij naar de hem ter beschikking staande stichting derdengelden. De advocaat is verplicht ervoor te zorgen dat op zijn briefpapier uitsluitend het bankrekeningnummer van die stichting is vermeld. De vermelding van het eigen bankrekeningnummer is slechts toegestaan bij betalingsverzoeken betrekking hebbende op verschotten en geldbedragen die de advocaat zelf toekomen.
3. De advocaat is verplicht zodra hij desondanks derdengelden onder zich heeft gekregen deze onverwijld over te maken hetzij naar de rechthebbende, hetzij naar de in het eerste lid bedoelde stichting derdengelden, en een dergelijke handeling steeds afzonderlijk te registreren zodanig dat daaruit telkens blijkt
– het ontvangen bedrag;
– de datum en wijze van ontvangst;
– de datum van overmaking;
– de begunstigde;
– de naam van de behandelend advocaat.
4. De advocaat ziet erop toe dat de derdengelden die zich door zijn toedoen bevinden onder een stichting derdengelden worden overgemaakt naar de rechthebbende zodra de gelegenheid zich daartoe voordoet.
5. Het is de advocaat niet toegestaan derdengelden te doen strekken tot zekerheid van hemzelf, zijn praktijk of enige derde of anderszins in strijd met hun bestemming te gebruiken.
6. Het in dit artikel bepaalde is voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op geldswaardige papieren en kostbaarheden.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0009300
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl