1. Het is de be- of verwerker verboden runderen te aanvaarden of te doen aanvaarden, tenzij de be- of verwerker voldoet aan het bepaalde in het tweede lid,
a. opdat, zowel bij rechtstreekse leveringen, als bij leveringen via een tussenpersoon, alleen runderen worden aanvaard waarvoor de producent garandeert dat de wachttijden in acht zijn genomen;
b. om zich ervan te vergewissen dat de runderen die in de inrichting zijn gebracht geen residugehalten boven de toegestane maxima te zien geven en geen sporen van verboden omzettingsstoffen of producten vertonen.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien de be- of verwerker is gecertificeerd en:
a. runderen aanvaardt die afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de slachtdatum geen residuen van verboden stoffen zijn aangetroffen; of
b. runderen aanvaardt die afkomstig zijn van een bedrijf uit een EU-lidstaat dat voldoet aan artikel 9 van de richtlijn en overeenkomstig artikel 3.14 van de Regeling handel levende dieren en levende producten rechtstreeks naar de be- of verwerker is vervoerd; of
c. runderen aanvaardt die afkomstig zijn van een bedijf uit een derde land en die voldoen aan artikel 3.13 van de Regeling handel levende dieren en levende producten.
d. runderen aanvaardt die afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de slachtdatum residuen van verboden stoffen als bedoeld in bijlage I, onder A., zijn aangetroffen op voorwaarde dat de be- of verwerker aantoont dat ieder rund drie weken voor de afleveringsdatum individueel is bemonsterd; of
e. runderen aanvaardt die niet afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf op voorwaarde dat de be- of verwerker aantoont dat ieder rund drie weken voor de afleveringsdatum individueel bemonsterd is; of
f. runderen aanvaardt die afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de slachtdatum residuen van verboden stoffen als bedoeld in bijlage I, onder B., zijn aangetroffen op voorwaarde dat de be- of verwerker door middel van een bijgevoegde verklaring van de beheerder van het erkende zelfcontrolesysteem, aantoont dat bepaalde voordelen van het zelfcontrolesysteem voor het gecertificeerde bedrijf zijn vervallen.
3. De be- of verwerker dient de individuele bemonstering, als bedoeld in het vorige lid onder d. en e., aan te tonen door middel van een bijgevoegde uitslag van de analyse van de monsters. De monsters dienen genomen te worden door een door de voorzitter erkende instantie, welke voldoet aan de door het bestuur bij besluit vastgestelde erkenningsvoorwaarden. De voorzitter kan de erkenning intrekken indien de erkende instantie niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. De analyse van de monsters dient te geschieden door een laboratorium dat erkend is bij of krachtens de
Diergeneesmiddelenwet.