BWBR0010608
Geldig vanaf 01-01-2000
Artikel 6
Verordening zelfcontrole runderen op het verbod gebruik van bepaalde stoffen
1. Het bedrijf dat na de inwerkingtreding van deze verordening nog niet gecertificeerd is volgens een door de voorzitter erkend certificeringssysteem is tot 1 januari 2000 vrijgesteld van de verplichting tot certificering op voorwaarde dat:
a. het bedrijf de door de voorzitter aan te wijzen controle-instelling(en) te allen tijde toegang geeft of doet geven tot hun bedrijfsruimten;
b. het bedrijf toestaat dat controleurs van de in onderdeel a. bedoelde controle-instelling(en) monsters nemen en alsdan de gevorderde medewerking overeenkomstig de aanwijzingen en onder toezicht van die controleurs verleent;
c. het bedrijf toestaat dat de in onderdeel b. bedoelde monsters door een laboratorium geanalyseerd worden;
d. het bedrijf geen runderen afvoert voordat de uitslag van een bemonsteringsonderzoek bekend is;
e. het bedrijf toestaat dat de in onderdeel b. bedoelde monsters en analyseresultaten van de betreffende monsters kunnen worden afgegeven aan de Algemene Inspectiedienst ten behoeve van een strafrechtelijk onderzoek.
2. Het is de be- of verwerker tot 1 januari 2000 toegestaan runderen die niet afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf te aanvaarden of te doen aanvaarden indien de runderen afkomstig zijn van een bedrijf dat ingevolge het eerste lid is vrijgesteld.
3. Het is tot 1 januari 2000 toegestaan runderen die niet afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf in de handel te brengen indien de runderen afkomstig zijn van een bedrijf dat ingevolge het eerste lid is vrijgesteld.
a. het bedrijf de door de voorzitter aan te wijzen controle-instelling(en) te allen tijde toegang geeft of doet geven tot hun bedrijfsruimten;
b. het bedrijf toestaat dat controleurs van de in onderdeel a. bedoelde controle-instelling(en) monsters nemen en alsdan de gevorderde medewerking overeenkomstig de aanwijzingen en onder toezicht van die controleurs verleent;
c. het bedrijf toestaat dat de in onderdeel b. bedoelde monsters door een laboratorium geanalyseerd worden;
d. het bedrijf geen runderen afvoert voordat de uitslag van een bemonsteringsonderzoek bekend is;
e. het bedrijf toestaat dat de in onderdeel b. bedoelde monsters en analyseresultaten van de betreffende monsters kunnen worden afgegeven aan de Algemene Inspectiedienst ten behoeve van een strafrechtelijk onderzoek.
2. Het is de be- of verwerker tot 1 januari 2000 toegestaan runderen die niet afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf te aanvaarden of te doen aanvaarden indien de runderen afkomstig zijn van een bedrijf dat ingevolge het eerste lid is vrijgesteld.
3. Het is tot 1 januari 2000 toegestaan runderen die niet afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf in de handel te brengen indien de runderen afkomstig zijn van een bedrijf dat ingevolge het eerste lid is vrijgesteld.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010608
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl