BWBR0010608
Geldig vanaf 12-07-2003
Artikel 4
Verordening zelfcontrole runderen op het verbod gebruik van bepaalde stoffen
1. Het is verboden runderen en producten afkomstig van runderen in de handel te brengen.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien:
a. de runderen of de produkten van runderen afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de verhandelingsdatum geen residuen van verboden stoffen zijn aangetroffen; of
b. de runderen of de produkten van runderen afkomstig zijn van een bedrijf uit een EU-lidstaat dat voldoet aan artikel 9 van de richtlijn; of
c. de runderen of producten van runderen afkomstig zijn van een bedrijf uit een derde land en die voldoen aan artikel 3.13 van de Regeling handel levende dieren en levende producten respectievelijk het terzake bepaalde in de Regeling keuring en handel dierlijke produkten; of
d. de runderen of producten van runderen afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de verhandelingsdatum residuen van verboden stoffen als bedoeld in bijlage I, onder A., zijn aangetroffen op voorwaarde dat ieder rund drie weken voor de afleveringsdatum aantoonbaar individueel bemonsterd is; of
e. runderen niet afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf op voorwaarde dat ieder rund drie weken voor de afleveringsdatum aantoonbaar individueel bemonsterd is; of
f. de runderen of producten van runderen afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de verhandelingsdatum residuen van verboden stoffen als bedoeld in bijlage I, onder B., zijn aangetroffen op voorwaarde dat door middel van een bijgevoegde verklaring van de beheerder van het erkende zelfcontrolesysteem, wordt aangetoond dat bepaalde voordelen van het zelfcontrolesysteem voor het gecertificeerde bedrijf zijn vervallen.
3. De individuele bemonstering, als bedoeld in het vorige lid onder d. en e., dient aangetoond te worden door middel van een bijgevoegde uitslag van de analyse van de monsters. De monsters dienen genomen te worden door een door de voorzitter erkende instantie, welke voldoet aan de door het bestuur bij besluit vastgestelde erkenningsvoorwaarden. De voorzitter kan de erkenning intrekken indien de erkende instantie niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. De analyse van de monsters dient te geschieden door een laboratorium dat erkend is bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien:
a. de runderen of de produkten van runderen afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de verhandelingsdatum geen residuen van verboden stoffen zijn aangetroffen; of
b. de runderen of de produkten van runderen afkomstig zijn van een bedrijf uit een EU-lidstaat dat voldoet aan artikel 9 van de richtlijn; of
c. de runderen of producten van runderen afkomstig zijn van een bedrijf uit een derde land en die voldoen aan artikel 3.13 van de Regeling handel levende dieren en levende producten respectievelijk het terzake bepaalde in de Regeling keuring en handel dierlijke produkten; of
d. de runderen of producten van runderen afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de verhandelingsdatum residuen van verboden stoffen als bedoeld in bijlage I, onder A., zijn aangetroffen op voorwaarde dat ieder rund drie weken voor de afleveringsdatum aantoonbaar individueel bemonsterd is; of
e. runderen niet afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf op voorwaarde dat ieder rund drie weken voor de afleveringsdatum aantoonbaar individueel bemonsterd is; of
f. de runderen of producten van runderen afkomstig zijn van een gecertificeerd bedrijf waar gedurende een jaar voorafgaand aan de verhandelingsdatum residuen van verboden stoffen als bedoeld in bijlage I, onder B., zijn aangetroffen op voorwaarde dat door middel van een bijgevoegde verklaring van de beheerder van het erkende zelfcontrolesysteem, wordt aangetoond dat bepaalde voordelen van het zelfcontrolesysteem voor het gecertificeerde bedrijf zijn vervallen.
3. De individuele bemonstering, als bedoeld in het vorige lid onder d. en e., dient aangetoond te worden door middel van een bijgevoegde uitslag van de analyse van de monsters. De monsters dienen genomen te worden door een door de voorzitter erkende instantie, welke voldoet aan de door het bestuur bij besluit vastgestelde erkenningsvoorwaarden. De voorzitter kan de erkenning intrekken indien de erkende instantie niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. De analyse van de monsters dient te geschieden door een laboratorium dat erkend is bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010608
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl