BWBR0011073
Geldig vanaf 18-01-2009
Artikel 3
Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999
1. Iedere ondernemer die een kalkoenbedrijf uitoefent is, onverminderd enig ander wettelijk voorschrift, verplicht onmiddellijk na het ontruimen van een stal waarin hij een koppel kalkoenen heeft gehouden, de in die stal aanwezige mest en strooisel te verwijderen en na afvoer van de mest en strooisel de betreffende stal grondig te reinigen en te ontsmetten.
2. De ondernemer die een kalkoenbedrijf uitoefent laat na het reinigen en ontsmetten, als bedoeld in het eerste lid, een maal per kalenderjaar in de stallen waar eendagskuikens zijn opgezet een hygiëneonderzoek door een erkende instantie uitvoeren, op de wijze als omschreven in een door het bestuur vast te stellen besluit.
3. De ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent laat na het reinigen en ontsmetten, als bedoeld in het eerste lid, een maal per kalenderjaar een hygiëneonderzoek door een erkende instantie uitvoeren op de wijze als omschreven in een door het bestuur vast te stellen besluit.
4. Iedere ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent is, onverminderd enig ander wettelijk voorschrift, verplicht onmiddellijk na de aflevering van de eendagskuikens, de gebruikte lokalen te reinigen en ontsmetten.
5. Iedere ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent is verplicht een hygiëne-onderzoek te laten uitvoeren door een erkende instantie, volgens een door het Bestuur vastgesteld programma, waarbij het onder door het Bestuur vast te stellen voorwaarden is toegestaan dat de ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent zelf een deel van het vorengenoemde programma uitvoert. De uitslag van dit onderzoek dient te voldoen aan de norm voor de betreffende kalkoenkuikenbroederij. De hiervoor bedoelde normen zullen door het Bestuur worden vastgesteld.
6. De erkende instantie, bedoeld in het tweede en vijfde lid, wordt aangewezen door de Voorzitter en werkt volgens een door het Bestuur goedgekeurd protocol.
7. Iedere ondernemer is verplicht de uitslag van het hygiëne-onderzoek, bedoeld in het tweede en vijfde lid, twee jaar te bewaren.
2. De ondernemer die een kalkoenbedrijf uitoefent laat na het reinigen en ontsmetten, als bedoeld in het eerste lid, een maal per kalenderjaar in de stallen waar eendagskuikens zijn opgezet een hygiëneonderzoek door een erkende instantie uitvoeren, op de wijze als omschreven in een door het bestuur vast te stellen besluit.
3. De ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent laat na het reinigen en ontsmetten, als bedoeld in het eerste lid, een maal per kalenderjaar een hygiëneonderzoek door een erkende instantie uitvoeren op de wijze als omschreven in een door het bestuur vast te stellen besluit.
4. Iedere ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent is, onverminderd enig ander wettelijk voorschrift, verplicht onmiddellijk na de aflevering van de eendagskuikens, de gebruikte lokalen te reinigen en ontsmetten.
5. Iedere ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent is verplicht een hygiëne-onderzoek te laten uitvoeren door een erkende instantie, volgens een door het Bestuur vastgesteld programma, waarbij het onder door het Bestuur vast te stellen voorwaarden is toegestaan dat de ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent zelf een deel van het vorengenoemde programma uitvoert. De uitslag van dit onderzoek dient te voldoen aan de norm voor de betreffende kalkoenkuikenbroederij. De hiervoor bedoelde normen zullen door het Bestuur worden vastgesteld.
6. De erkende instantie, bedoeld in het tweede en vijfde lid, wordt aangewezen door de Voorzitter en werkt volgens een door het Bestuur goedgekeurd protocol.
7. Iedere ondernemer is verplicht de uitslag van het hygiëne-onderzoek, bedoeld in het tweede en vijfde lid, twee jaar te bewaren.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0011073
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl