BWBR0011073
Geldig vanaf 30-03-2002
Artikel 4
Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999
1. Iedere ondernemer is verplicht elk koppel kalkoenen te laten onderzoeken op de aanwezigheid van de in de Bijlage, onderdeel a., bedoelde schadelijke micro-organismen.
2. Treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.
3. Het in het eerste en tweede lid bedoelde onderzoek geschiedt door middel van het nemen van monsters. De monsters dienen te worden genomen door een erkende instantie, die wordt aangewezen door de Voorzitter en werkt volgens een door het Bestuur goedgekeurd protocol.
4. In afwijking van het derde lid is het de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf, kalkoenkuikenbroederij, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent toegestaan zelf monsters te nemen of te laten nemen, indien geborgd wordt dat deze monstername op correcte wijze wordt uitgevoerd. Het Bestuur stelt de eisen vast waaraan de in de vorige zin bedoelde borgingssystematiek moet voldoen.
5. Het Bestuur kan regels stellen omtrent de wijze van bemonstering en het tijdstip waarop de bemonstering dient plaats te vinden.
6. De monsters dienen te worden onderzocht door een erkend laboratorium, dat wordt aangewezen door de Voorzitter, op basis van door het Bestuur vast te stellen erkenningsvoorwaarden.
7. Iedere ondernemer is verplicht de uitslag van het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, twee jaar te bewaren.
2. Treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.
3. Het in het eerste en tweede lid bedoelde onderzoek geschiedt door middel van het nemen van monsters. De monsters dienen te worden genomen door een erkende instantie, die wordt aangewezen door de Voorzitter en werkt volgens een door het Bestuur goedgekeurd protocol.
4. In afwijking van het derde lid is het de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf, kalkoenkuikenbroederij, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent toegestaan zelf monsters te nemen of te laten nemen, indien geborgd wordt dat deze monstername op correcte wijze wordt uitgevoerd. Het Bestuur stelt de eisen vast waaraan de in de vorige zin bedoelde borgingssystematiek moet voldoen.
5. Het Bestuur kan regels stellen omtrent de wijze van bemonstering en het tijdstip waarop de bemonstering dient plaats te vinden.
6. De monsters dienen te worden onderzocht door een erkend laboratorium, dat wordt aangewezen door de Voorzitter, op basis van door het Bestuur vast te stellen erkenningsvoorwaarden.
7. Iedere ondernemer is verplicht de uitslag van het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, twee jaar te bewaren.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0011073
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl