BWBR0011301
Geldig vanaf 2000-10-18
Artikel 26
Wet scheepsuitrusting
1. Het is verboden uitrusting, bestemd voor plaatsing aan boord van een Nederlands schip, in de handel te brengen of daartoe voorhanden te hebben, indien die uitrusting niet is voorzien van het merk van overeenstemming en ook niet vergezeld gaat van een certificaat van gelijkwaardigheid als bedoeld in artikel 20, of een certificaat ten behoeve van beproeving als bedoeld in artikel 21.
2. Het is verboden om het merk van overeenstemming aan te brengen op uitrusting die niet voldoet aan de productvoorschriften of waarvoor geen procedure van overeenstemmingsbeoordeling is gevolgd.
3. Het is verboden merktekens of opschriften aan te brengen die anderen kunnen misleiden omtrent de betekenis of de grafische vormgeving van het merk van overeenstemming, of die de zichtbaarheid of de leesbaarheid van het merk verminderen.
4. Het is verboden te handelen in strijd met een verplichting als bedoeld in de artikelen 12, 13en 25of met een verbod als bedoeld in artikel 23, eerste lid, tweede volzin, en 24, eerste lid, tweede volzin.
2. Het is verboden om het merk van overeenstemming aan te brengen op uitrusting die niet voldoet aan de productvoorschriften of waarvoor geen procedure van overeenstemmingsbeoordeling is gevolgd.
3. Het is verboden merktekens of opschriften aan te brengen die anderen kunnen misleiden omtrent de betekenis of de grafische vormgeving van het merk van overeenstemming, of die de zichtbaarheid of de leesbaarheid van het merk verminderen.
4. Het is verboden te handelen in strijd met een verplichting als bedoeld in de artikelen 12, 13en 25of met een verbod als bedoeld in artikel 23, eerste lid, tweede volzin, en 24, eerste lid, tweede volzin.