BWBR0011441
Geldig vanaf 2000-07-01
Artikel 9n
Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000
Een schapenverzamelcentrum, onderscheidenlijk geitenverzamelcentrum dat erkend is op grond van artikel 9l, voldoet aan artikel 9men aan de volgende eisen:
a. op het schapenverzamelcentrum zijn tegelijk met de schapen geen andere dieren aanwezig;
b. op het geitenverzamelcentrum zijn tegelijk met de geiten geen andere dieren aanwezig;
c. gedurende een blokperiode worden uitsluitend schapen, onderscheidenlijk geiten, bijeengebracht met eenzelfde gezondheidsstatus;
d. de aanbieder vergewist zich ervan dat ten aanzien van de aangevoerde schapen, onderscheidenlijk geiten, de krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren gestelde regels in acht zijn genomen;
e. de aanbieder draagt er zorg voor dat de aangevoerde schapen, onderscheidenlijk geiten, terstond na aanvoer op het schapenverzamelcentrum, onderscheidenlijk geitenverzamelcentrum, worden gemerkt overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren 2003.
f. aan het einde van de blokperiode wordt het schapenverzamelcentrum, onderscheidenlijk het geitenverzamelcentrum, ontvolkt;
g. onmiddellijk na iedere ontvolking wordt het schapenverzamelcentrum, onderscheidenlijk het geitenverzamelcentrum, gereinigd en ontsmet volgens een door de Minister goedgekeurd protocol met ontsmettingsmiddelen die voor dat doel zijn toegelaten op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. De aanbieder toont ten genoegen van de keuringsdierenarts of de assistent aan dat voldaan is aan voornoemde reiniging en ontsmetting;
h. de aanbieder meldt de aanvang en het einde van elke blokperiode uiterlijk om 14.00 uur op de werkdag voorafgaande aan de blokperiode aan de VWA, en
i. de in- en uitgang van het schapenverzamelcentrum, onderscheidenlijk het geitenverzamelcentrum, worden op dagen waarop aan- en afvoer van schapen, onderscheidenlijk geiten, heeft plaatsgevonden na beëindiging van de werkzaamheden gereinigd en ontsmet.
a. op het schapenverzamelcentrum zijn tegelijk met de schapen geen andere dieren aanwezig;
b. op het geitenverzamelcentrum zijn tegelijk met de geiten geen andere dieren aanwezig;
c. gedurende een blokperiode worden uitsluitend schapen, onderscheidenlijk geiten, bijeengebracht met eenzelfde gezondheidsstatus;
d. de aanbieder vergewist zich ervan dat ten aanzien van de aangevoerde schapen, onderscheidenlijk geiten, de krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren gestelde regels in acht zijn genomen;
e. de aanbieder draagt er zorg voor dat de aangevoerde schapen, onderscheidenlijk geiten, terstond na aanvoer op het schapenverzamelcentrum, onderscheidenlijk geitenverzamelcentrum, worden gemerkt overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren 2003.
f. aan het einde van de blokperiode wordt het schapenverzamelcentrum, onderscheidenlijk het geitenverzamelcentrum, ontvolkt;
g. onmiddellijk na iedere ontvolking wordt het schapenverzamelcentrum, onderscheidenlijk het geitenverzamelcentrum, gereinigd en ontsmet volgens een door de Minister goedgekeurd protocol met ontsmettingsmiddelen die voor dat doel zijn toegelaten op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. De aanbieder toont ten genoegen van de keuringsdierenarts of de assistent aan dat voldaan is aan voornoemde reiniging en ontsmetting;
h. de aanbieder meldt de aanvang en het einde van elke blokperiode uiterlijk om 14.00 uur op de werkdag voorafgaande aan de blokperiode aan de VWA, en
i. de in- en uitgang van het schapenverzamelcentrum, onderscheidenlijk het geitenverzamelcentrum, worden op dagen waarop aan- en afvoer van schapen, onderscheidenlijk geiten, heeft plaatsgevonden na beëindiging van de werkzaamheden gereinigd en ontsmet.