BWBR0011825
Geldig vanaf 2012-06-29
Artikel 3.95
Vreemdelingenbesluit 2000
1. Behoudens overeenkomstige toepassing van artikel 3.87kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op grond van artikel 21, eerste lid, onder c, van de Wetslechts worden afgewezen, indien de vreemdeling wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf, een taakstraf of de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel het buitenlands equivalent daarvan, is opgelegd, en de duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de normen, bedoeld in artikel 3.86, tweede, derde en vijfde lid.
2. Artikel 3.86is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het dertiende en veertiende lid.
2. Artikel 3.86is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het dertiende en veertiende lid.