BWBR0012066
Geldig vanaf 2005-08-22
Artikel 15
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
1. Voor de toepassing van artikel 3.127, eerste en vierde lid, van de wet, verstrekt de verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdelen a en b, van de wetaan de belastingplichtige een opgave van het bedrag van de in het voorafgaande kalenderjaar in de pensioenregeling van de belastingplichtige ingelegde premies voor ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964voor zover dit bedrag het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar en exclusief de premie voor een compensatie als bedoeld in artikel 38s van de Wet op de loonbelasting 1964.
2. In afwijking van het eerste lid verstrekt de verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdelen a en b, van de wetaan de belastingplichtige die met toepassing van artikel 38r van de Wet op de loonbelasting 1964pensioen opbouwt een opgave van het bedrag van de in het voorafgaande kalenderjaar in de pensioenregeling van de belastingplichtige ingelegde premies voor ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum als bedoeld in de artikelen 18a, eerste lid, en 38r, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964voor zover dit bedrag het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar waarbij de aan het voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen premies worden bepaald overeenkomstig artikel 10a.25, tweede lid, van de wet, exclusief de premies voor een nettopensioen als bedoeld in artikel 5.17, tweede lid, van de wet.
3. Voor de toepassing van de artikelen 3.127, eerste en vierde lid, en 10a.25, eerste en tweede lid, van de wetverstrekt de verzekeraar van een nettopensioen, bedoeld in artikel 5.17, tweede lid, onderdeel c, van de wet, aan de belastingplichtige een opgave van het gezamenlijke bedrag van de door de belastingplichtige in het voorafgaande kalenderjaar voor een nettopensioen als bedoeld in artikel 5.17, tweede lid, van de wet betaalde of verrekende premies.
4. De opgave, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt door de verzekeraar binnen tien maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de ingelegde premies betrekking hebben, aan de belastingplichtige verstrekt.
2. In afwijking van het eerste lid verstrekt de verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdelen a en b, van de wetaan de belastingplichtige die met toepassing van artikel 38r van de Wet op de loonbelasting 1964pensioen opbouwt een opgave van het bedrag van de in het voorafgaande kalenderjaar in de pensioenregeling van de belastingplichtige ingelegde premies voor ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum als bedoeld in de artikelen 18a, eerste lid, en 38r, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964voor zover dit bedrag het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar waarbij de aan het voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen premies worden bepaald overeenkomstig artikel 10a.25, tweede lid, van de wet, exclusief de premies voor een nettopensioen als bedoeld in artikel 5.17, tweede lid, van de wet.
3. Voor de toepassing van de artikelen 3.127, eerste en vierde lid, en 10a.25, eerste en tweede lid, van de wetverstrekt de verzekeraar van een nettopensioen, bedoeld in artikel 5.17, tweede lid, onderdeel c, van de wet, aan de belastingplichtige een opgave van het gezamenlijke bedrag van de door de belastingplichtige in het voorafgaande kalenderjaar voor een nettopensioen als bedoeld in artikel 5.17, tweede lid, van de wet betaalde of verrekende premies.
4. De opgave, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt door de verzekeraar binnen tien maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de ingelegde premies betrekking hebben, aan de belastingplichtige verstrekt.