BWBR0012673
Geldig vanaf 30-06-2001
Artikel 2
Reglement erkenningen fokkerijorganisaties paardachtigen 2001
Een organisatie of vereniging kan worden erkend als instelling die voor geregistreerde paardachtigen één of meer stamboeken bijhoudt, secties van stamboeken aanlegt of stamboeken aanlegt, indien de organisatie of vereniging:
a. rechtspersoonlijkheid bezit overeenkomstig de Nederlandse wetgeving;
b. beschikt over statuten waarin wordt bepaald dat tussen de fokkers niet mag worden gediscrimineerd, echter indien voor hetzelfde ras meerdere organisaties of verenigingen bestaan die actief zijn op het grondgebied van de Gemeenschap, kan in de statuten van de organisatie of vereniging worden bepaald dat alleen paardachtigen geboren in een bepaald deel van dat grondgebied kunnen worden ingeschreven bij aangifte van hun geboorte;
c. bij controle door de bevoegde autoriteiten kan aantonen dat zij doeltreffend functioneert;
d. in een reglement danwel anderszins beginselen heeft vastgesteld inzake: 1) de omschrijving van de kenmerken van het ras of van de populatie waarvoor het stamboek geldt;
2) de doelstellingen van rasveredeling;
3) het systeem voor identificatie en de daarmede verband houdende controle;
4) het systeem voor registratie van de afstamming en de daarmede verbandhoudende controle, waarbij minimaal de in het stamboek in te schrijven goedgekeurde mannelijke dieren als ook jaarlijks 1 op de 2000 in dat jaar geboren paardachtigen met een minimum aantal van 5 paardachtigen worden gecontroleerd;
5) de indeling van het stamboek, indien er verschillende procedures zijn voor inschrijving van paardachtigen in dat boek of indien er verschillende methoden zijn voor indeling van de in het boek ingeschreven paardachtigen;
6) de wijze, waarop, indien nodig, gegevens over de voorouders moeten worden opgevraagd bij een of meer andere stamboeken;
7) het systeem voor de beschikbaarstelling van de nodige gegevens voor de beoordeling van de paardachtigen betreffende rasverbetering, rasveredeling of de instandhouding van het ras.
1) de omschrijving van de kenmerken van het ras of van de populatie waarvoor het stamboek geldt;
2) de doelstellingen van rasveredeling;
3) het systeem voor identificatie en de daarmede verband houdende controle;
4) het systeem voor registratie van de afstamming en de daarmede verbandhoudende controle, waarbij minimaal de in het stamboek in te schrijven goedgekeurde mannelijke dieren als ook jaarlijks 1 op de 2000 in dat jaar geboren paardachtigen met een minimum aantal van 5 paardachtigen worden gecontroleerd;
5) de indeling van het stamboek, indien er verschillende procedures zijn voor inschrijving van paardachtigen in dat boek of indien er verschillende methoden zijn voor indeling van de in het boek ingeschreven paardachtigen;
6) de wijze, waarop, indien nodig, gegevens over de voorouders moeten worden opgevraagd bij een of meer andere stamboeken;
7) het systeem voor de beschikbaarstelling van de nodige gegevens voor de beoordeling van de paardachtigen betreffende rasverbetering, rasveredeling of de instandhouding van het ras.
e. beginselen, bedoeld onder c, punt 1 tot en met 6, die door het oorspronkelijke stamboek voor het ras zijn vastgesteld in acht nemen;
f. over de middelen beschikt om de voor het bijhouden van de afstamming vereiste controle uit te voeren;
g. over de middelen beschikt om voor de uitvoering van het programma voor rasverbetering, rasveredeling of voor de instandhouding van het ras de vereiste gegevens te verstrekken;
h. over voldoende paardachtigen kan beschikken om een programma voor rasverbetering en rasveredeling te kunnen uitvoeren of om de instandhouding van het ras te kunnen garanderen, waarbij van een minimum actieve fokpopulatie aan paardachtigen wordt uitgegaan van tenminste 15 mannelijke en 100 vrouwelijke levende dieren.
a. rechtspersoonlijkheid bezit overeenkomstig de Nederlandse wetgeving;
b. beschikt over statuten waarin wordt bepaald dat tussen de fokkers niet mag worden gediscrimineerd, echter indien voor hetzelfde ras meerdere organisaties of verenigingen bestaan die actief zijn op het grondgebied van de Gemeenschap, kan in de statuten van de organisatie of vereniging worden bepaald dat alleen paardachtigen geboren in een bepaald deel van dat grondgebied kunnen worden ingeschreven bij aangifte van hun geboorte;
c. bij controle door de bevoegde autoriteiten kan aantonen dat zij doeltreffend functioneert;
d. in een reglement danwel anderszins beginselen heeft vastgesteld inzake: 1) de omschrijving van de kenmerken van het ras of van de populatie waarvoor het stamboek geldt;
2) de doelstellingen van rasveredeling;
3) het systeem voor identificatie en de daarmede verband houdende controle;
4) het systeem voor registratie van de afstamming en de daarmede verbandhoudende controle, waarbij minimaal de in het stamboek in te schrijven goedgekeurde mannelijke dieren als ook jaarlijks 1 op de 2000 in dat jaar geboren paardachtigen met een minimum aantal van 5 paardachtigen worden gecontroleerd;
5) de indeling van het stamboek, indien er verschillende procedures zijn voor inschrijving van paardachtigen in dat boek of indien er verschillende methoden zijn voor indeling van de in het boek ingeschreven paardachtigen;
6) de wijze, waarop, indien nodig, gegevens over de voorouders moeten worden opgevraagd bij een of meer andere stamboeken;
7) het systeem voor de beschikbaarstelling van de nodige gegevens voor de beoordeling van de paardachtigen betreffende rasverbetering, rasveredeling of de instandhouding van het ras.
1) de omschrijving van de kenmerken van het ras of van de populatie waarvoor het stamboek geldt;
2) de doelstellingen van rasveredeling;
3) het systeem voor identificatie en de daarmede verband houdende controle;
4) het systeem voor registratie van de afstamming en de daarmede verbandhoudende controle, waarbij minimaal de in het stamboek in te schrijven goedgekeurde mannelijke dieren als ook jaarlijks 1 op de 2000 in dat jaar geboren paardachtigen met een minimum aantal van 5 paardachtigen worden gecontroleerd;
5) de indeling van het stamboek, indien er verschillende procedures zijn voor inschrijving van paardachtigen in dat boek of indien er verschillende methoden zijn voor indeling van de in het boek ingeschreven paardachtigen;
6) de wijze, waarop, indien nodig, gegevens over de voorouders moeten worden opgevraagd bij een of meer andere stamboeken;
7) het systeem voor de beschikbaarstelling van de nodige gegevens voor de beoordeling van de paardachtigen betreffende rasverbetering, rasveredeling of de instandhouding van het ras.
e. beginselen, bedoeld onder c, punt 1 tot en met 6, die door het oorspronkelijke stamboek voor het ras zijn vastgesteld in acht nemen;
f. over de middelen beschikt om de voor het bijhouden van de afstamming vereiste controle uit te voeren;
g. over de middelen beschikt om voor de uitvoering van het programma voor rasverbetering, rasveredeling of voor de instandhouding van het ras de vereiste gegevens te verstrekken;
h. over voldoende paardachtigen kan beschikken om een programma voor rasverbetering en rasveredeling te kunnen uitvoeren of om de instandhouding van het ras te kunnen garanderen, waarbij van een minimum actieve fokpopulatie aan paardachtigen wordt uitgegaan van tenminste 15 mannelijke en 100 vrouwelijke levende dieren.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012673
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl